Aantal sociale huurwoningen is gedaald

Het aandeel sociale of gereguleerde huurwoningen op de Nederlandse woningmarkt, woningen waarbij de huur niet hoger is dan de zogenoemde liberalisatiegrens, is de afgelopen tien jaar gedaald. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
 

Was in 2012 nog ruim 37 procent van het woonaanbod een sociale huurwoning, eind 2021 was dat gedaald naar minder dan 34 procent, aldus het CBS.

De verschillen per gemeente zijn groot. In sommige gemeenten is het aanbod sociale huurwoningen slechts 15 procent, op andere plekken is het meer dan 45 procent.


In Fryslân is het aanbod het kleinst in Tytsjerksteradiel. Daar is 22,8 procent een sociale huurwoning. Ook Opsterland, Terschelling, Súdwest-Fryslân, De Fryske Marren, Waadhoeke en Noardeast-Fryslân zitten onder de dertig procent. Deze gemeenten lopen achter op het landelijke streefcijfer. Minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, wil dat in elke gemeente dertig procent van het woonaanbod een sociale huurwoning is.

In Smallingerland is 34,7 procent van het woonaanbod een sociale huurwoning. In Leeuwarden en Harlingen gaat het om 39 procent. Het hoogste Friese aanbod aan sociale huurwoningen is te vinden op Vlieland: 46,4 procent.

 

<FD 20.10.22>