CBS: 9400 Friese kinderen groeiden in 2018 op in gezin onder lage-inkomensgrens

Dit blijkt uit de jongste cijfers over dit onderwerp die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gisteren op een rijtje heeft gezet. In 2018 zat gemiddeld 7,9 procent van de Nederlandse huishoudens onder de zogeheten lage inkomensgrens. Sinds 2016 is dat percentage ongewijzigd.
In Friesland ligt dat percentage arme huishoudens hoger: op 8,2 procent.

Concreet betekent dit dat 22.900 Friese gezinnen het al ten minste één jaar moeten doen met een laag inkomen. Voor een eenoudergezin met twee kinderen houdt dit in dat zij minder dan 1600 euro per maand te besteden hadden in 2018. Bij een paar met twee kinderen was dat minder dan 2000 euro. In Friesland leven 9400 kinderen in deze situatie.

Het percentage ligt iets onder het landelijk gemiddelde en is lager dan het jaar daarvoor, maar de dalende trend vlakt wel iets af. ,,Dat roept de vraag op of in de toekomst nog een verdere daling zal plaatsvinden. Dat is intrigerend. Met de economische groei en krapte op de arbeidsmarkt zou je verwachten dat deze daling nog verder doorzet”, zegt Keimpe Anema van het Fries Sociaal Planbureau, die de CBS-cijfers bestudeert en vertaalt naar de Friese situatie.

Landelijk bleef het aantal kinderen dat in armoede opgroeit gelijk. 264.000 kinderen van onder de achttien jaar horen bij een gezin met een inkomen onder de lage-inkomensgrens, 8,1 procent van het totaal. 3,3 procent van alle kinderen (zo’n 103.000 kinderen) leeft al minstens vier jaar in dergelijke omstandigheden. Dat zijn er vijfduizend minder dan in 2017. In Fryslân leefden in dat jaar nog 9800 kinderen in gezinnen onder de grens (7,7 procent).

Anema: ,,We moeten voorzichtig zijn met overhaaste conclusies. Er zijn veel instanties die zich bezighouden met kinderen in armoede. Ondanks dat het aantal kinderen in armoede niet meer zo sterk afneemt, kan de kwaliteit van leven van kinderen wél verbeterd zijn. Bijvoorbeeld door kindpakketten, maar ook aan een voorziening als de
Voedselbank."

 

De lage-inkomensgrens staat voor het bedrag waarmee iemand kan rondkomen bij een minimaal consumptieniveau. In 2018 lag de grens voor een alleenstaande op netto 1060 euro per maand, voor een stel op 1460 euro (ongeveer de bijstandsbedragen) en voor een gezin met twee minderjarige kinderen op tweeduizend euro. Van de landelijk bijna 7,4 miljoen huishoudens in 2018 hadden er 584.000 (7,9 procent) een inkomen onder hun grens. Dat aantal is stabiel ten opzichte van 2017. In Fryslân ging hen om 22.900 huishoudens, 8,2 procent, met in totaal 39.000 mensen, 6,3 procent van de Friese bevolking.