Cijfers voortgang uitfasering open-verbrandingstoestellen

De Bewonersraad besteedde in de Nieuwsbrief van oktober 2016 aandacht aan koolmonoxideproblematiek. In opdracht van het ministerie van BZK is door de TU Delft een onderzoek uitgevoerd naar open verbrandingstoestellen. Hieronder een samenvatting van de voornaamste bevindingen.

Open-verbrandingstoestellen in Nederlandse woningen, zoals geisers, haarden en de oudere typen CV-ketels, vormen een gezondheidsrisico. Bij het slecht functioneren van die toestellen kan CO (koolmonoxide) vrijkomen, dat bij open systemen ook in de woning terecht kan komen. Dit risico neemt toe wanneer de ventilatie niet correct of onvoldoende is. Het overheidsbeleid is er op gericht dat open-verbrandingstoestellen, op basis van vrijwilligheid, worden vervangen door veiligere gesloten toestellen.

In opdracht van het ministerie van BZK is vanaf 2009 onderzocht hoeveel openverbrandingstoestellen er in Nederland nog voorkomen en hoe de afname hiervan verloopt. Daarvoor is gebruik gemaakt van het recente HOME 2015 onderzoek in samenhang met het WooN 2015

Het hier gerapporteerde onderzoek sluit aan op eerder onderzoek uit 2009 en 2013. De belangrijkste bevindingen van dit nieuwe onderzoek zijn hieronder beschreven.

 

Geisers

Geisers als warmwatertoestel zijn de afgelopen jaren in aantal sterk afgenomen. Van 1,7 miljoen toestellen in 2001, naar 1 miljoen toestellen in 2008, tot 600.000 woningen met een geiser in 2015. Van grondgebonden woningen heeft in 2015 nog ca. 7% een geiser, terwijl in gestapelde woningen dit 14% is.

In woningen van voor 1965 heeft nog ca 15% een geiser, terwijl van de woningen van na 1975, slechts 4% is uitgerust met een geiser.

In 11% van de huurwoningen komen in 2015 één of meer geisers voor, terwijl dat bij de koopwoningen 6% is.

De afname van het percentage woningen met geisers verloopt bij huur- en koopwoningen in hetzelfde tempo. Het is echter niet inzichtelijk of er een verschil is in afname van open verbrandingstoestellen tussen de sociale huursector en de particuliere huursector. Dit komt doordat de wijze van het afnemen van vragen van de technische(energie) module van het onderzoek WoON 2012 afwijkt van die van 2015.

Hierdoor zijn voor het bepalen van het verschil in de particuliere huursector versus de sociale huursector, de cijfers van WoON 2012 en 2015 niet bruikbaar gebleken. In het HOME onderzoek wordt het verschil tussen particuliere en sociale huur niet inzichtelijk gemaakt.

 

Centrale verwarmingsketels

In de Nederlandse woningvoorraad komen conventionele CV-ketels en VR-ketels voor als open-verbrandingstoestel. De gemiddelde levensduur van een CV-ketel is ca 15 jaar. Door vervanging door gesloten VR- of HR-ketels is het aantal sterk afgenomen.

Inmiddels heeft 73% van de Nederlandse woningen een HR-ketel.

Conventionele ketels kwamen in 2015 nog in 3% (250.000) van de woningen voor, terwijl dat in 2008 8% was. In de huursector is 5% van de woningen uitgerust met een conventionele ketel, terwijl dat in de koopsector 3% is. 5% van de ruimteverwarmingstoestellen zijn VR-ketels. In het onderzoek is er vanuit gegaan dat alle VR-ketels open-verbrandingstoestellen zijn. In de praktijk worden er echter ook gesloten VR-Ketels toegepast. De percentages geven daarmee een overschatting van het aantal open VR-ketels. In de huursector is 5% van de woningen uitgerust met een VR-ketel, in de koopsector is dat 6%. Sinds september 2015 is een Europese richtlijn van kracht waardoor VR-ketels niet meer verkocht en aangebracht mogen worden. Een uitzondering is gemaakt voor gestapelde woningen met een collectief bouwkundig kanaal (shuntkanaal). Daar mag nog een ‘open’-VR-ketel toegepast worden.

 

Lokale verwarming

3% van de Nederlandse woningen (ca. 235.000) zijn lokaal verwarmd (open gashaarden), terwijl dat in 2008 nog 6% was.
Van grondgebondenwoningen heeft anno 2015 ca 2% lokale verwarming, terwijl in gestapelde woningen dit 6% is. Van de koopwoningen in Nederland heeft 2% lokale verwarming tegen 5% in huurwoningen.

 

Prognose van de verdere afname

Uit het onderzoek is gebleken dat de afname van alle open-verbrandingstoestellen de afgelopen jaren min of meer lineair is verlopen. Trekken we deze ontwikkeling door naar de toekomst, dan zou de geiser, de lokale verwarming en de open CV-ketel over ca. 7 jaar uitgefaseerd zijn. Deze prognose gaat echter alleen op als alle betrokken partijen de uitfasering in gelijke trend voortzetten.

Verdere uitsplitsing van de prognose in de huursector tussen particuliere- en sociale huurwoningen is in principe mogelijk. Daarvoor is het nodig dat in de studies HOME en WoON ook dit onderscheid wordt gemaakt. Bij WoON gebeurt dit al, bij HOME niet.

Als de vragen uit de energiemodulen van WoON meerder malen zijn afgenomen, is het mogelijk om dit onderscheid in vervolgstudies me te nemen.

 

CO-melders

CO-melders detecteren de aanwezigheid van koolmonoxide. Bij voor de gezondheid schadelijke concentraties geven ze een signaal, waardoor bewoners worden gealarmeerd. De aanwezigheid van CO-melders in woningen met open-verbrandingstoestellen reduceert daardoor het gezondheidsrisico. Van de woningen met een geiser heeft 26% een CO-melder en dus 74% niet. In 2012 was 19% van de woningen met een geiser voorzien van een CO-melder.