DOKKUM | Krimp?

Krimptwijfelaars. Je ziet ze steeds meer in Noordoost-Friesland. Want ook daar staat de woningmarkt strakgespannen. Hebben ze een punt? ,,De langeter-mijntrend is nog altijd dalende.’’

Krimp? ,,Dat binne allegear prognoazes. En prog-noazes binne libbensgefaarlik yn de ferkearde hannen.’’ Aan het woord is Aant Jelle Soepboer, FNP’er in de gemeenteraad van Noardeast-Fryslân. Imposant voorkomen, diepe stem, rossige baard, glanzend kaal hoofd. Als hij het over krimp heeft, kijkt hij er een beetje bij alsof hij de krimp hoogstpersoonlijk met zijn blote handen aan stukken wil scheuren. Hij zal het weglachen, maar het is waar: krimp is Soepboers kryptoniet. Hij kan de term niet meer aanhoren.

En zoals Soepboer zijn er steeds meer in Noordoost-Friesland. Onlangs nog stelde Gemeentebelangen Achtkarspelen vragen aan het gemeentebestuur waaruit twijfel doorklonk over de vraag of het Noordoosten nog wel gaat krimpen. ,,De vraag naar woningen is erg groot.’’

De regio leek jarenlang vrijwel synoniem met krimp, vergrijzing, ontgroening en allerhande demografische onheilstijdingen. Lang was het iets dat ver in de toekomst lag. Toen in de regio daadwerkelijk scholen, winkels en bedrijven sloten en verdwenen, daalde het besef in dat er toch echt iets aan de hand was.

Na de aanvankelijke ontkenningsfase lobbyden Noordoost-Friese bestuurders zelfs lange tijd in Den Haag voor de officiële krimpstatus. Met succes: die kwam er in 2015, met de bijbehorende jaarlijkse krimpuitkering van 3,3 ton.

Nu de woningkrapte ook in Noordoost-Friesland zijn sporen begint te trekken, kantelt het sentiment. Is er wel krimp?, durft men zich steeds vaker af te vragen.

In veel dorpen staan nauwelijks nog woningen te koop, terwijl veel van de jongeren die nu nog bij hun ouders wonen maar wat graag in het dorp zouden willen blijven. Maar de huizen die zij zoeken, zijn er niet. Als er al gebouwd wordt, is het vaak fors boven hun budget. En dus trekken jongeren uit bijvoorbeeld het gebied boven Dokkum uit arren moede toch maar naar de Bonifatiusstad, de enige plek in de wijde omtrek waar soms nog iets betaalbaars voorbij komt. Ook ouderen die kleiner of anders willen wonen, komen er maar moeilijk tussen.

Bij Makelaardij Roos in Dokkum hebben ze het al langere tijd ,,erg druk’’, meldt makelaar Avina van der Wal. ,,We hebben nu weinig huizen in de verkoop.’’ Van der Wal merkt de laatste tijd inderdaad ,,meer interesse uit het zuiden’’ in de woningen in Noordoost. Zicht op kalmte heeft de makelaar niet. ,,Wij verwachten niet dat het op korte termijn rustiger gaat worden.’’

Goedkope starterswoningen in de dorpen en passende woningen voor senioren, daarmee zou je volgens Soepboer de krimp op afstand kunnen houden. ,,Nijbou nei aard, skaal en karakter yn alle doarpen’’, klinkt het sinds kort vanuit de FNP in Noardeast-Fryslân.

Want de woningvraag in heel Friesland stijgt en er wordt vooral in de grote kernen flink gebouwd. ,,Mar dy 10.000 nedige huzen allegear yn Techum klappe is net de oplossing. Kinst ek tinke fan: hoe kinne wy der yn de doarpen wat oan dwaan?’’

De groei van Dokkum en ook Leeuwarden is vraaggestuurd, ziet Soepboer, ,,mar ek ‘wêr kin ik wat krije’-stjoerd. It is in folle komplekser probleem as allinnich mar it delklappe fan huzen.’’

Afstanden zijn minder belangrijk geworden: thuiswerken is tijdens de coronacrisis de norm geworden. Het maakt dat mensen uit andere delen van Nederland ook steeds makkelijker de weg vinden naar Noordoost-Friesland. ,,De regio lonket. De Rânestêd is fallyt, it is neat mear as in opfangplak.’’

Per dorp zou je volgens Soepboer moeten onderzoeken wat de behoefte is. ,,Wat foar wenten, hoe grut en hoefolle?’’ Hij noemt het ‘bos’ van Niawier als voorbeeld. Een verpauperd stukje groen met sneue bomen, als je het Soepboer vraagt. ,,Eltsenien wol derfan ôf.’’ Daar kun je dus prima een twee-onder-een-kapper, wat rijtjeshuizen en een paar vrijstaande woningen bouwen.

En misschien, als dat in alle dorpen gebeurt, valt het dan wel mee met die voorspelde krimpklap in 2030. ,,Ik soe wol fan de krimpstatus ôf wolle. De kearside dêrfan is: je kinne der ek nei libjen gean.’’

Wetenschapper rurale geografie Tialda Haartsen is het eens met Soepboer dat het kan helpen om uit te zoeken welke woningbehoeften er precies in een dorp leven. ,,Dat is een heel goed idee.’’ Zelf woont ze in een dorp in Noord-Groningen en ook daar is de kwestie actueel.

,,Maar de trend op de woningmarkt richting krapte is al eerder ingezet. De druk op de woningmarkt in de steden is al een paar jaar groeiende.’’ Haartsen denkt dat de huidige opleving tijdelijk is. ,,De langetermijntrend is nog altijd dalende.’’

De laatste cijfers laten dat ook zien. Een provinciale bevolkingsprognose van juli dit jaar voorziet in Noordoost-Friesland in elk geval vanaf 2030 een forse daling van zowel de bevolking als het aantal huishoudens.

De krimp keren met gerichte woningbouwplannen is ingewikkeld, denkt Haartsen. Wel kan de huidige opleving ervoor zorgen dat de grote krimpklapper, nu voorspeld voor na 2025, Noordoost iets later aandoet.

De huidige voorspoed leidt vooralsnog niet tot een wijziging van het krimpbeleid van Noardeast-Fryslân, laat Sietske Postma van de gemeente weten. ,,De langetermijntrend is afname van de bevolking en daling van het aantal huishoudens. Als je daar goed mee omgaat, hoeft dat niet te betekenen dat de leefbaarheid afneemt.’’ Postma noemt het ,,te vroeg’’ om iets te zeggen over de langetermijneffecten van krimp. ,,Mogelijk verandert het tempo.’’

Soepboer: ,,Uteinlik moat de krimpstatus ús as in âlde jas net mear passe. Wy moatte him ûntgroeie.’’

 

(LC 14.11.20)