DRACHTEn | Woonwagenbewoners vechten tegen vooroordelen

Het is vechten tegen vooroordelen. De strijd ommeer woonwagenplekken in Drachten is vooral een gevecht tegen vooroordelen. Woordvoerder Antonio Corpier over hoe het voelt om afgeschilderd te worden als tuig.

Voor zijn afkomst heeft hij zich nooit geschaamd. Toch moet Antonio Corpier – een 37-jarige schilder uit Drachten, getrouwd en vader
van twee – bekennen dat hij die wel vaak heeft verzwegen. ,,Als je zegt dat je van het kamp komt, dan weet je zeker dat je benadeeld wordt. Als de baas weet waar je vandaan komt, het wordt niet gezegd, maar dan krijg je de baan niet.’’ Antonio wierp zich op als woordvoerder van de woonwagenbewoners in hun strijd voor meer standplaatsen in Drachten. Een aantal van hen bezette in oktober het voormalig woonwagenkamp in Drachtstercompagnie. ,,Het interesseert me niet meer wat anderen van mijn achtergrond vinden. Ik vecht voor erkenning en behoud van onze cultuur.’’

De zegsman doet z’n verhaal aan de keukentafel in zijn hoekwoning in de vernieuwde Vogeltjesbuurt. Dat hij daar woont, in een huis zonder wielen, is een wens van zijn vrouw. Met een blik op zijn spelende zoontjes van 3 en 6 verzucht Antonio: ,,Ik doe dit ook voor mijn jongens. Als die ooit zeggen: ik wil een wagen pappa, dan moet dat mogelijk zijn.’’

Door zijn vrienden wordt Antonio gekscherend een boerenreiziger genoemd. Omdat hij niet in een woonwagen geboren werd, maar in een
rijtjeshuis in Drachten waar zijn vader en moeder tijdelijk verbleven. Het was de woning van opa en oma aan moeders kant die net als Antonio’s echtgenote geen woonwagenbewoners, maar ‘burgers’ waren. Tot z’n vijfde leidde Antonio een zwervend bestaan. Met de auto en een caravan reisden zijn ouders in een groepje met familieleden het hele land door, naar plekken waar zijn vader aan de slag kon als stoelenmatter. Overwinteren deden ze naast opoe, de moeder van zijn vader, op het woonwagenkamp in Drachtstercompagnie, waar het gezin later een vaste plek kreeg. Van pesterijen was in dit dorp niet of nauwelijks sprake, bezweert Antonio. ,,Er gebeurde wel eens wel
wat, maar wij voelden ons daar geaccepteerd.’’

Hoe anders was dat in Drachten, waar de woonwagengemeenschap tussen 1994 en 1996 naartoe verhuisde, uit elkaar gerukt
en verdeeld over vijf kampjes, omdat ‘Drachtstercompagnie’ door de overheid werd ontmanteld. In Drachten voelt de groep zich
weggezet als woonwagentuig. Als onaangepaste, belastingontduikende, wiettelende, criminele en agressieve profiteurs. Vieze vuile kampers. De schilder gaat harder praten. ,,Je hoort hier niet. Als kind heb ik het zo vaak gehoord. Terwijl ik hier geboren en getogen ben. En als er iets was gestolen of kapotgemaakt op school, hadden wij het gedaan. Klasgenoten mochten niet bij ons thuis komen. Ik ben zelfs wel eens door de ouders van een vriendinnetje uit huis gezet.’’ Stilte. ,,In de pubertijd zijn dat heftige dingen hoor.’’

Nog altijd, en naar eigen zeggen is het hem inmiddels wel honderd keer gevraagd, moet hij uitleggen dat woonwagenbewoners gewoon
huur en belasting moeten betalen. ,,Ze denken dat wij gratis wonen. Ha, was het maar waar. Een vak en een beetje knappe wagen kosten samen al gauw 1000 euro per maand.’’ Het heeft hem hard gemaakt, die voortdurende strijd tegen vooroordelen. ,,Ik heb een hele brede rug gekregen. Mijn vader zei altijd: laat ze maar gaan, jij weet het toch beter dan die boeren.’’ Maar soms wordt het hem toch te gortig. Bijvoorbeeld als hij in de raadsstukken leest waarom Vrijburgh en Fennereed in Drachten zijn afgevallen als woonwagenlocaties. ,,In
Vrijburgh gaan huizen met fundering voor huizen op wielen. En over de Fennereed wordt gemeld dat hier al te veel bijzondere  woonfuncties zijn. Oftewel: met onze komst verwachten ze problemen. Hier kan ik verschrikkelijk kwaad om worden. Het is pure discriminatie.’’

Natuurlijk zijn niet alle woonwagenbewoners lieverdjes, dat weet ook Antonio. ,,Er zitten ook criminelen tussen, net als in de  burgergemeenschap. Maar als er op het kamp iets gebeurt, een inval vanwege een wietkwekerij bijvoorbeeld, dan wordt dat breed uitgemeten in de media. Vooroordelen worden zo alsmaar weer bevestigd.’’
Hij haalt, tot slot, het landelijke woonwagenprotest aan. ,,Wij voeren op veertig plekken in Nederland actieomaandacht te vragen voor de
standplaatsenproblematiek.