DRACHTEN | Woonwagenplekken binnen handbereik

Smallingerland moet nog voor de zomer nieuwe locaties voor woonwagenbewoners onder de loep nemen, en waar mogelijk al een paar standplaatsen aanleggen. Er is haast bij, als het aan de gemeenteraad ligt. Op plekken waar het realiseren van nieuwe standplaatsen vrij probleemloos kan gebeuren, zoals op het oude kamp bij Drachtstercompagnie, moet het college de  komende maanden al de handschoen oppakken.

Het oude plan, waarin het college eigenlijk alleen nog opties zag in de heringebruikname van het oude woonwagenpark bij  Drachtstercompagnie en uitbreiding van de locatie Wetterwille in Drachten, sneuvelde gisteravond. Via een amendement kwamen de coalitiepartijen met een nieuw voorstel. In de zoektocht naar geschikte locaties moet Smallingerland nu ook plekken onderzoeken met een bestemming voor wonen en werken, zoals bedrijventerrein A7 of – in Drachten zelf – een stuk braakliggende grond aan de Heideanjer. Het college komt voor de zomer met een voorstel, maar de eerste nieuwe standplaatsen zijn er dan waarschijnlijk al.

Bij Drachtstercompagnie ziet wethouder Eric ter Keurs ruimte voor maximaal acht plekken. Bij de Wetterwille is uitbreiding met drie woonwagens mogelijk. In het oude plan was ruimte voor maximaal twintig nieuwe standplaatsen, in het nieuwe voorstel is dat harde plafond geschrapt. De woonwagengemeenschap geeft zelf aan dat er behoefte is aan dertig nieuwe plekken.

De Drachtster politiek is eensgezind in de opvatting dat de woonwagenbewoners een plek krijgen tussen de andere bewoners, en niet tegen hun zin in de buitengebieden belanden. Dat vraagt volgens PvdAraadslid Dinie Mulder om een sterk en besluitvaardig college, doelend op omwonenden van eerder beoogde locaties die protesteerden tegen de komst van woonwagens. ,,Het kan niet zo zijn dat in onze gemeente de beter gesitueerden bepalen wie waar mag wonen.”

Het voorstel werd unaniem aangenomen, wat de woonwagenbewoners op de tribune met applaus beantwoordden. ,,Ik ben blij en opgelucht”, reageert hun woordvoerder Antonio Corpier. ,,Maar dat er na twintig jaar nu echt iets verandert kan ik nog niet echt bevatten.”