Geen aardgas meer – Friesland worstelt ermee

Een vijfde van de gebouwen al in 2030 aardgasvrij? In het overgrote deel van Friesland lijkt het niet te gaan gebeuren. Veel gemeenten kiezen hun eigen weg om het aardgasgebruik terug te dringen.

Welke woningen kunnen al de komende jaren van het aardgas af, en waar is het verstandiger om nog wat decennia te wachten? Voor die vraag stonden alle achttien Friese gemeenten de afgelopen tijd. In een Transitievisie Warmte zetten ze stuk voor stuk de mogelijkheden op een rij.

De warmtevisies zijn een uitvloeisel van het Klimaatakkoord van 2019, waarin is afgesproken dat alle acht miljoen gebouwen in 2050 niet meer door aardgas worden verwarmd. Tussendoel voor 2030 is anderhalf miljoen woningen. Om deze beide doelen te bereiken, moesten de gemeenten bij de afgelopen jaarwisseling hun eerste plannen klaar hebben. Die liggen er nu.

,,Het is, zéker in Friesland, een worsteling voor gemeenten geweest”, concludeert Marc Jager van Royal HaskoningDHV. Hij was betrokken bij de opstelling van de warmtevisies in veel Friese gemeenten. Jager doelt op de rol die gemeenten hebben gekregen: ze dragen de verantwoordelijkheid om alle gebouwen in 2050 aardgasvrij te krijgen, maar mogelijkheden om dat af te dwingen hebben ze eigenlijk niet.

Vooral plattelandsgemeenten liepen tegen dat probleem aan. Daar zijn vaak nauwelijks mogelijkheden voor een betaalbaar collectief warmtenet, met bijvoorbeeld aardwarmte of restwarmte van fabrieken. Collectieve netten zijn op het platteland vaak te duur, omdat er te weinig potentiële klanten zijn.

,,De bewoners zullen dus een individuele oplossing moeten zoeken. En dat maakt het extra lastig: je kunt dan wel de regie hebben als gemeente, je kunt uiteindelijk niet bepalen wanneer een bewoner besluit over te stappen.” Overigens zijn hier en daar wel plannen voor kleinschalige warmtenetten, bijvoorbeeld in Heeg en Anjum.

Het overgrote deel van de Friese gemeenten weigerde de ‘vuistregel’ over te nemen die het rijk van ze vroeg: een vijfde van de gebouwen zou al in 2030 aardgasvrij moeten zijn. De gemeenten komen vaak met alternatieve doelstellingen, zoals extra inzet op isolatie. Is dat niet vreemd?

Jager: ,,Ik begrijp dat wel. De vraag is hoe realistisch het is om in 2030 al zóveel woningen van het aardgas te hebben. Zeker in een plattelandsprovincie als Friesland. Als je weet dat een collectief warmtenet lang niet overal mogelijk is, weet je ook dat het lastig is om de beoogde 15 tot 20 procent te halen. En bovendien is het overkoepelende doel in het Klimaatakkoord dat de CO2-uitstoot al in 2030 fors is verminderd. Dat kun je ook halen als minder aardgas per woning wordt verbruikt, bijvoorbeeld door betere isolatie. Als gemeenten zich dáárop richten, dragen ze uiteindelijk net zoveel bij aan de doelstellingen.”

Opsterland, beide Stellingwerven, Harlingen en Waadhoeke wilden zelfs geen dorp of wijk aanwijzen om aardgasvrij te worden, terwijl dat wel van ze wordt gevraagd. Is dat dan een soort burgerlijke ongehoorzaamheid?

,,Ik

zou het eerder voortschrijdend inzicht noemen. De gemeenten kiezen ervoor om eerst te kijken wat werkt en pas daarna een keuze te maken. We zijn hier natuurlijk ook nog maar net mee bezig. Het is heel makkelijk om landelijk te zeggen: we doen het zo en in 2022 moet iedere gemeente een keuze hebben gemaakt. Maar zo werkt het niet. Je moet echt uitzoeken wat werkt en wat niet.”

De alternatieve doelstellingen zijn uiteenlopend. Sommige gemeenten houden vast aan hun eigen doelen die ze al eerder hadden geformuleerd. Zo wil Ameland in 2035 geheel aardgasvrij zijn. De gemeente wil daar niet een tussendoel voor 2030 aan toevoegen.

Andere gemeenten, zoals Opsterland en de Stellingwerven, richten zich op een beperking van het gasverbruik. In plaats van 20 procent aardgasvrije gebouwen in 2030, willen zij 20 procent minder gasverbruik ten opzichte van 2019. Jager: ,,Dat is een andere manier om uiteindelijk hetzelfde doel te bereiken. En het werkt allebei.”

Daar komt nog bij, zegt hij, dat het vaak een afweging is van kosten en baten. ,,Je kunt als plattelandsgemeente heel veel energie steken in het optuigen van een warmtenet voor dertig woningen. Maar als je met diezelfde energie een paar duizend woningen kunt isoleren, kan ik me voorstellen dat gemeenten die keuze maken.”

Toch wijzen ook veel Friese gemeenten al wél dorpen en wijken aan die ze in 2030 aardgasvrij hopen te hebben. Dat gebeurt op verschillende manieren. Zo richten Heerenveen en De Fryske Marren zich op bewonersinitiatieven. Balk bijvoorbeeld, of de dorpen Terband, Luinjeberd, Tjalleberd en Gersloot met hun initiatief Aengwirden Aardgasvrij.

Een gemeente als Súdwest-Fryslân doet het anders. Die heeft dorpen en wijken aangewezen waar al veel energiezuinige woningen vlak bij elkaar staan, omdat die het meest geschikt zouden zijn om aardgasvrij te maken. De gemeente probeert daar op eigen initiatief de bewoners enthousiast te maken om na te denken over een overstap, bij voorkeur naar een nieuw collectief warmtenet.

Het voordeel van zo’n strategie is dat de stap voor bewoners relatief klein is, zegt Jager, omdat de huizen toch al energiezuinig zijn. Maar daar staat tegenover dat het initiatief niet van de bewoners zelf komt. De gemeente zal dus extra haar best moeten doen om de mensen enthousiast te maken.

,,Want achter elke woning zit wel gewoon een huizenbezitter. En die bepaalt natuurlijk helemaal zelf of-ie gaat investeren in zijn woning of niet.” Dat niet iedereen daar om zit te springen, bleek de afgelopen maanden al: bewoners van meerdere aangewezen wijken protesteerden bij Súdwest-Fryslân.

Het rijk vroeg ook specifiek naar een aantal aardgasvrije woningen voor 2030, maar ook daarop willen niet alle Friese gemeenten zich vastleggen. Dantumadiel bijvoorbeeld: dat richt zich op Feanwâlden, zonder zich vast te leggen op een specifieke wijk of een aantal woningen.

,,Ook dat vind ik niet vreemd. Je kunt vanuit Den Haag wel roepen dat gemeenten maar even moeten vertellen hoeveel woningen ze in 2030 van het aardgas halen. Maar de werkelijkheid is écht een andere. Zoiets kun je als gemeente niet zomaar zeggen. Ik zou het als inwoner ook heel raar vinden als mijn gemeente zou zeggen dat 80 procent van de huizen in mijn wijk van het aardgas gaat. Ja hallo, hebben wij daar als eigenaren ook nog iets over te zeggen? En daar komt nog bij dat niet alles te plannen is. Installatiebedrijven hebben het momenteel ook hartstikke druk. Die moeten het ook maar net kunnen uitvoeren.”

En daar komt natuurlijk nog het elektriciteitsnet bij. Bij een grootschalige overstap naar warmtepompen moeten de elektriciteitskabels dat maar net aankunnen. Op de eilanden lopen ze daar al tegenaan: zo kijkt Vlieland al naar de mogelijkheden voor een tweede kabel naar het vasteland.

,,Zo zijn allemaal dingen van invloed op de haalbaarheid. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de energieprijzen: ook die kunnen een grote invloed hebben op de keuze tussen de technieken. En je zit nog met juridische vraagstukken, vooral over het eigendom en het onderhoud van nieuwe warmtenetten. Met stroom en gas is dat wel goed geregeld, maar bij warmtenetten nog niet.”

Dan is er nog de betaling van eventuele plannen. In Friesland zijn al wel drie dorpen aangewezen als landelijke ‘proeftuin’: Garyp, Wijnjewoude en Oost-Vlieland. Hun plannen worden voor de inwoners betaalbaarder dankzij miljoenen euro’s subsidie van het rijk. Hoe moet dat de komende jaren? Is het ook voor elkaar te krijgen zónder subsidie?

,,Dat word

t echt afwachten. Er zal altijd een deel externe financiering nodig zijn, maar er is ook geld beschikbaar van het rijk. Het is heel moeilijk om in het algemeen aan te geven hoeveel extra geld nodig is. Het kan per situatie verschillen, waarbij bijvoorbeeld ook de energieprijzen effect hebben. En stel dat een wijk of dorp toe is aan nieuwe riolering. Dan moet de straat sowieso al open, en kan het veel voordeliger zijn om ook meteen een warmtenet aan te leggen.”

We hebben het nu alleen nog over woningen, maar daarnaast moeten ook alle andere gebouwen van het aardgas: van bedrijf tot zorginstelling. Hoe gaat dat?

,,Die worden hier net zo goed bij betrokken. Het v

erschilt hoe: de ene gemeente is daar nu ook al mee bezig, de andere richt zich nu eerst op de woningen. Een voordeel kan zijn dat je op bijvoorbeeld bedrijventerreinen wat makkelijker collectief afspraken kunt maken. Net zoals dat geldt voor woningcorporaties, waar we het ook nog niet over hebben gehad. Het zal allemaal de komende jaren moeten blijken. Alleen de industrie wordt hier trouwens buiten gelaten: daarvoor gelden landelijk aparte regels.”

Zo staat al met al nog weinig vast. De gemeenten hebben nu een eerste aanzet gemaakt en gaan de komende jaren de dorpen en wijken in. Er zullen dan dorpen tussen zitten waar de overstap bij nader inzien toch maar vooruit wordt geschoven, of waar andere technieken geschikter blijken. Veel hangt ook af van de subsidieregelingen die het nieuwe kabinet wil instellen, onder meer voor hybride warmtepompen en collectieve warmtenetten.

En sommige dorpen zullen hun eigen plan blijven trekken. Een voorbeeld is Wijnjewoude: dat is zo’n landelijke proeftuin, met plannen voor groengasproductie uit mest van veehouders. Omdat Opsterland geen enkel dorp wilde aanwijzen voor 2030, staat ook Wijnjewoude niet op die lijst.

Met het aansluitingsverbod komen er sinds medio 2018 in elk geval geen nieuwe huizen op aardgas meer bij. Vast staat dat over vijf jaar opnieuw de balans wordt opgemaakt: de gemeenten moeten dan stuk voor stuk kijken hoever ze zijn en wat anders moet.

 

 

<LC 05.02.22>