Gevangen in gouden kooi

Gevangen in gouden kooI

Als ik overstap ben ik een dief van mijn eigen portemonnee

 

Woonschaamte is het woord van de week. Babyboomers moeten zich schuldig voelen dat ze alleen of met hun tweetjes in hun vijfkamer-paleisjes blijven zitten. Opzouten, plaatsmaken voor jonge nestjes, wordt er geroepen. Pensionado’s voelen zich hierdoor allerminst aangesproken. Velen willen dolgraag verkassen, maar zitten vast in hun eigen gouden kooi. „Ik voel me een gevangene van mijn huis.”

Van zijn huis met vier slaapkamers wil Frans Barten (70), alleenstaand na het overlijden van zijn vrouw, dolgraag af. „Woonschaamte heb ik niet, maar ik besef donders goed dat ik in mijn eentje de plek inneem van een heel gezin. Hier in Apeldoorn ben ik op zoek gegaan naar een huurappartement, maar dan ben ik aangewezen op de vrije sector. Komen mijn woonlasten maandelijks op minimaal 1000 euro, terwijl ik nu aan rente en aflossing 350 euro kwijt ben. Dat verschil is me te groot. Verkopen en de overwaarde opsouperen? Nee, ik wil wel wat nalaten aan mijn kinderen én aan mijn kleinkinderen die nu tot sint-juttemis thuis moeten wonen. Als de overheid elke maand het verschil tussen 1000 en 350 euro zou bijpassen, pak ik meteen de verhuisdozen in.” Barten zucht: „Hebben wij dan niets geleerd van de jaren 50 en -80, toen de woningnood ook hoog was?”

Zijn verhaal staat niet op zich. De meeste 65-plussers willen graag verkassen naar iets kleiners, maar het is om financiële redenen niet voor ze weggelegd. En daarom blijven ze zitten waar ze zitten.

Voor Jaap Denkers (72) uit Maassluis leek het een logische stap om van zijn koophuis naar een gelijkvloers appartement te gaan. Maar daar is hij rap van teruggekomen. „Ik heb mijn huis weer uit de verkoop gehaald. Voor mijn zeilboot en mijn bridgeclub wil ik graag in Maassluis blijven, maar het appartement dat ik op het oog had, kost vier ton. Een jaren 70-flat van 80 vierkante meter aan de waterkant, is een ton duurder dan mijn goed geïsoleerde huis van 140 vierkante meter met tuin. Daar komen in een appartement ook nog servicekosten bij en de bijdrage aan de Vereniging van Eigenaren. Als ik die overstap maak ben ik een dief van mijn eigen portemonnee en dat doe ik dus niet.”

Schaamt hij zich geen seconde voor. „Kan zijn dat door de boomers de hele huizenmarkt op slot zit, maar ik heb vijftig jaar hard gewerkt en zuinig geleefd.”

Met trots toont hij zijn ’paleisje’, inclusief een balzaal van een extra verdieping. „Heb ik er in 1997 meteen bovenop laten zetten, investeren in stenen, deed iedereen. In de kast daar berg ik in de winter de zeilen op van mijn boot. Tegen de tijd dat ik de trap niet meer op kan, laat ik wel een lift installeren. En het kan zijn dat het tuinonderhoud me te veel wordt over een paar jaar, maar dát zien we dan wel.”

Voor de 79-jarige Ineke Kruizinga is het al zover. „Het bijhouden van de voor- en achtertuin wordt me weleens te veel.” In haar eentje bewoont ze een koophuis in Sleen. „Vier slaapkamers en een zolder. Ik sta ingeschreven voor een huurappartement, en weet niet hoe lang dat duurt… Liefst zou ik met anderen een ’knarrenhofje’ starten, maar mijn zoon heeft me voorgerekend dat ik tien jaar verder ben voordat daar de basis van gelegd is…”

De 57-jarige Mirjam Janssen uit Leeuwarden zou graag haar sociale aard volgen. „Mijn kinderen zijn het huis uit, hier is ruimte voor een groot gezin, ik wil graag plaatsmaken. Maar voor een fatsoenlijk appartement zit de huur ergens tussen de 700 en 1200 euro en ik zit nu op hypotheeklasten van 150 euro per maand. Door mijn vermogen kom ik niet in aanmerking voor een subsidie of toeslag, en mijn inkomen is door ziekte minimaal. Ik heb weinig pensioenopbouw, en zal het in de toekomst van een aow’tje moeten doen. Ik ben dus gekke Gerritje als ik doorstroom.”

Ton Harder (65) zit in Almere in een sociale huurwoning. „Vijf kamers in mijn eentje. Wat ik met al die ruimte moet? Afstoffen! In mijn riante tuin zit ik nooit omdat ik door mijn ziekte geen zonlicht verdraag.” Ook voor hem is de portemonnee een beletsel om te verhuizen. „Toen ik hier dertig jaar geleden introk met mijn ex, was de badkamer niet meer dan een beschimmelde douche, met vies vinylbehang. Heb ik de boel mooi betegeld, een bad geïnstalleerd. En wat denk je? Als ik nu verhuis moet ik dat eruit laten halen en de boel in de oude staat herstellen. Zelf kan ik dat niet meer. Laat ik dat doen, kost het me 5000 tot 6000 euro. Dat heb ik niet, dus kan ik niet vertrekken. Daarnaast moet ik voor een kleiner huis eerst weer jaren op een wachtlijst. Laat maar, dus.”

Harder weet dat hij niet alleen staat. „Om de hoek woont een man van 100 jaar alleen in een huis met zes kamers. Vijf jaar geleden maakte hij kans op een tweekamerappartement, maar dat kostte hem 1500 euro huur per maand, terwijl hij hier 750 betaalt. Niet normaal!” De eeuweling bleef dus ook zitten. „Omdat hij slecht ter been is, woont hij beneden. Hij heeft de bovenverdiepingen afgesloten, anders moet hij dat allemaal schoonhouden. Daar zit hij, in zijn ’spookhuis’. Hoe krom is dit allemaal?”

In Grashoek, gemeente Peel en Maas, bemant Jan Waterschoot (70) een gezinswoning met twee grote en een kleine slaapkamer. „Plus een zolderverdieping! Royaal om alleen in te wonen, maar hier in het dorp vind ik niks anders.”

Coen Nijhof en zijn vrouw Marja uit Almere-Buiten zijn allebei net 60 jaar. „We staan voor een andere levensfase, en daarmee zijn wij eigenlijk toe aan een volgende woonstap. Maar weet je wie er veel meer toe zijn aan een volgende stap? Onze twee thuiswonende dochters, Lisa van 26 jaar en Jenny van 24. Twee volwassen vrouwen die geen betaalbaar huis kunnen vinden. Bekend verhaal, salariëring, de woningmarkt die op slot zit en verrot is. Mijn vrouw en ik waren op ons achttiende het ouderlijk huis uit, onze dochters kunnen niet uitvliegen. Natuurlijk is het fijn dát ze bij ons kunnen wonen, maar ze zijn op een leeftijd dat ze behoefte hebben aan privacy met hun vriendje. Schrijnend is het.”

Nijhof maakt zijn vaste grap om wat lucht te brengen in zijn betoog: „Voor later hebben wij de mantelzorgers alvast in huis. Zonder gekheid: kennissen hebben hun 40-jarige zoon nog thuis wonen. Ik kan maar één ding zeggen: regering doe iets!” Hij betwijfelt het of hij zelf de volgende stap wel zal zetten. „Wij wonen nu spotgoedkoop, de hypotheek is bijna afgelost. Verhuizen we naar een appartement dan komen daar gelijk hoge kosten bij kijken. Wat dat betreft zitten we in een spagaat.”

Ineke Padding (64) voelt zich al jaren een beetje de gevangene van haar huis. „Ik woon in een sociale huurwoning in Zoetermeer en wil naar iets kleiners en goedkopers, maar dat lukt niet. Ooit had ik een koophuis, na mijn scheiding belandde ik in een huurhuis, waar ik mijn twee kinderen heb opgevoed. Nu zij het huis uit zijn, is het te groot en te duur. Ik heb carrière gemaakt, en omdat ik meer verdien mag de corporatie de huur met 5 procent verhogen. Reken maar uit, ik betaal nu 805 euro per maand. En dat wordt dus ieder jaar meer.”

„Van vrienden met koophuizen hoor ik dat hun maandlasten dalen, tot nog maar 100 euro per maand. Vraag ik me af hoe het kan dat die corporaties hun hypotheken niet afgelost hebben. Daar zit een kronkel. Nu moet de corporatie wel een verhuurdersheffing afdragen aan de overheid, maar die betaal ik dus eigenlijk.”

Woningruil zit er niet in voor Ineke Padding. „Omdat ik boven de inkomensgrens zit, kom ik niet meer in aanmerking voor sociale huur. Kopen gaat ook niet. Ik heb wel wat spaargeld, – veel hypotheek krijg ik niet op mijn leeftijd – maar daarmee koop ik hooguit een flatje in Den Haag. Drie trappen op, zeulen met de boodschappen, nu kan ik het nog, maar over tien of twintig jaar? Het frustreert me dat ik zo knel zit. En kan ik straks, als mijn inkomen na mijn pensioendatum minder is, die stijgende huur nog betalen? Hoog tijd dat dit breed op de overheidsagenda wordt gezet!”

 

<LC 07.08.21>