Het prijsplafond in tien vragen en antwoorden

Zo zit het prijsplafond voor compensatie van huishoudens voor de extreem hoge gas- en stroomtarieven in elkaar.
 

1. Nog één keer, wat is het prijsplafond nou precies?

Op Prinsjesdag kondigde het kabinet een tijdelijk maximum aan voor kosten van gas en stroom. Het doel is mensen lucht te geven in hun portemonnee, omdat de prijzen zo hard gestegen zijn. Het prijsplafond moet ook minder verbruik stimuleren. Tot een jaargebruik van 1200 kuub gas en 2900 kWh aan stroom gelden vaste prijzen van 1,45 euro per kuub gas en 0,40 euro per kWh stroom. Voor huishoudens die op een warmtenet zijn aangesloten geldt een bedrag van 47,38 euro per gigajoule tot een verbruik van 37 gigajoule warmte. Wie meer verbruikt, betaalt de hogere actuele marktprijs. Deze verschilt per leverancier en contract.
 

2. Voor wie geldt dit prijsplafond?

Voor alle Nederlandse huishoudens en afnemers met een kleinverbruikersaansluiting op het elektriciteits- en gasnet. Of als je een aansluiting hebt op een warmtenet. Huishoudens krijgen de vergoeding gedurende geheel 2023.
 

3. Hoeveel mensen hebben hier profijt van?

Ruim de helft van alle huishoudens in Nederland valt op basis van het gebruik geheel onder dit plafond.
 

4. Wat moet ik doen om deze korting te krijgen?

Helemaal niets, aldus minister Jetten (Energie en Klimaat). Eerder keerde het kabinet ter compensatie van de hoge stroom- en gasrekening 190 euro per maand uit aan alle huishoudens in november en december. En wie in 2022 van maximaal 120 procent van het sociaal minimum leven, kregen al een energietoeslag. Zij ontvangen dit jaar extra 500 euro, die gemeenten nog tot 1 juli 2023 mogen uitbetalen. Daarmee ontvangen de minima 1800 euro energietoeslag. Voor huishoudens met blokverwarming is er nog geen oplossing. Maar daar wordt „met spoed” aan gewerkt, beloofde Jetten.
 

5. Hoe wordt dit prijsplafond dan verrekend op je nota?

Het geld dat het kabinet beschikbaar stelt wordt door de zestig energiebedrijven aangepast op de energienota. Voor het verrekenen hebben ze in de afgelopen maanden hun systemen aangepast.
 

6. Prinsjesdag was in september. Het is inmiddels december, waarom duurde het zo lang?

Energiebedrijven en politiek werden het niet eens over de details. De energieleveranciers vonden uitkering van belastinggeld aanvankelijk een overheidstaak. De Tweede Kamer vreesde op haar beurt dat energiebedrijven als uitkeerders van het geld extreme winsten zouden maken. De gasprijs bereikte in augustus een piek van 350 euro per megawattuur, energiebedrijven die hun gas hadden ingekocht op ongeveer 25 euro - een prijs die jarenlang gebruikelijk was - waren toen spekkoper. Inmiddels is die prijs 139 euro. De politiek eiste van Jetten een harde grens om bij de energiebedrijven ’overwinsten’ met verstrekt belastinggeld te voorkomen.

 

7. Dus hoe worden extreme winsten afgewend?

Na een lange strijd is daar per energiebedrijf en vooraf een maximale winstmarge vastgesteld. Energiebedrijven zullen niet meer verdienen, dat wordt gecontroleerd door de waakhond Autoriteit Consument en Markt (ACM), onafhankelijke accountants en rijksdienst RVO.
 

8. Lopen energiebedrijven nog een risico?

Het is voor de energiebedrijven onduidelijk hoe dit uitpakt. Zij kopen altijd eerst stroom en gas in, en verrekenen dat bedrag achteraf met het verbruik van individuele klanten. Als consumenten massaal gaan besparen en met variabele energiecontracten minder afnemen, blijven deze bedrijven met grote, dure voorraden zitten, die ze alleen met verlies kunnen verkopen op de markt. De politiek denkt dat energiebedrijven voldoende verdienen om de kosten te dekken. „Hopelijk”, stelt brancheclub Energie-Nederland namens de uitvoerders. „De inkoopkosten zijn ook hoog.”
 

9. Wat kost dit en wie draait daarvoor op?

De overheid compenseert het verschil tussen het prijsplafond en de hogere marktprijs die energiemaatschappijen betalen. Het kabinet schatte in oktober dat die kosten voor het prijsplafond 23,5 miljard euro worden. Omdat de energiemarkt onzeker is - en het prijsstijgingen tot die piek van 350 euro per megawattuur niet uitsluit - zouden kosten bij dat tarief kunnen oplopen tot bijna 42 miljard euro. Met het prijsplafond vervalt per 1 januari de btw-verlaging op energie tot 9 procent. De btw gaat terug naar 21 procent en spekt de schatkist.
 

10. En na 2023?

Dan stopt het prijsplafond, stelt minister Kaag (Financiën). Maar dat noemt Rabo-econoom Hugo Erken onverstandig. Hij rekent voor dat de gemiddelde energierekening stijgt van gemiddeld 230 euro per maand in 2023 naar 470 euro in januari 2024, als het prijsplafond verdwijnt. Bij enigszins dalende gasprijzen later dat jaar komt de energienota over heel 2024 op gemiddeld 360 euro per maand uit. „Het lijkt ons dan ook geen haalbare kaart om het prijsplafond helemaal af te schaffen.”

 

<LC 12.12.22>