‘Huizenmarkt loopt volledig vast’

‘Voor deel van bevolking is het steeds moeilijker om huis te kopen’ den haag De woningmarkt dreigt volledig in het slot te vallen. Om dat te voorkomen moet een nieuw kabinet vol inzetten op extra bouw van huizen. Ook moet de hypotheekaftrek worden versoberd.

Dat zei Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank (DNB), gisteren in een gesprek met de Tweede Kamer.

„De woningmarkt is duidelijk oververhit en dreigt zelfs vast te lopen. Voor een deel van de bevolking wordt het steeds moeilijker om een huis te kopen of te huren.”

Pieter Hasekamp, directeur van het Centraal Planbureau, en Laura van Geest, bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten, zijn het met deze analyse eens. Hasekamp: „Er is sprake van een sterk oververhitte huizenmarkt.

Huishoudens lopen risico op hoge schulden.” Ook hij vindt dat er gekeken moet worden naar de fiscale ondersteuning van woningkopers.

Als eerste advies geeft Knot mee dat er meer huizen moeten worden gebouwd.

„De schaarste zorgt voor structureel hoge prijzen en hoge huren.” Hij ziet in de kabinetsformatie een goed moment om de woningmarkt aan te pakken.

Van Geest waarschuwt dat juist niet de leennormen moeten worden versoepeld om kopers meer mogelijkheden te geven op de huizenmarkt: „Ik zou adviseren de leennormen niet te verruimen.”

Uit een internationale vergelijking blijkt volgens haar dat Nederlandse huizenkopers best veel ruimte krijgen voor het aangaan van een hypotheek. „De normen zijn nog steeds best wel ruig.” Uit eerdere rapporten van het Planbureau voor de Leefomgeving bleek dat het tekort inmiddels 331.000 huizen is. Dat tekort loopt de komende jaren nog verder op. Daarmee is de schaarste groter dan in de jaren tachtig.

In april stegen de huizenprijzen met 11,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dat was de grootste prijsstijging in twintig jaar tijd. Hasekamp vreest voor de gevolgen van een plotse prijsdaling. „Bij een prijscorrectie kunnen kwetsbare groepen onder water komen staan.” Dan is de woningwaarde lager dan de hypotheekschuld.

Vergeleken met de vorige huizencrisis in 2013 zal het probleem minder groot zijn, verwacht de CPB-directeur: „Ons beeld is dat de potentieel kwetsbare groep kleiner is.”

Volgens Knot is het probleem dat de sociale huursector en de koopsector door de overheid gesteund worden en de vrije huurmarkt niet. „Als je twee van de drie sectoren subsidieert en eentje niet, dan moet je niet verrast zijn dat die ene een ondergeschoven kindje wordt.”

Hij stelt dat het aandeel vrije huur in de woningmarkt is afgenomen van 60 procent enkele decennia geleden naar 10 procent nu. Daardoor zijn er amper betaalbare huurwoningen in dat deel van de huurmarkt: „Dat leidt ertoe dat jonge mensen na een sociale huurwoning niet eerst naar een vrije huurwoning gaan, maar zichzelf moeten vastzetten in een koophuis met een hoge schuld.”

CPB-directeur Hasekamp vindt ook dat de fiscale stimulans in de koopmarkt minder moet zijn. „We stapelen verstoring op verstoring. Recent is de overdrachtsbelasting voor starters afgeschaft en daarmee is weer een extra verstorinkje toegevoegd.”

De drie economen waarschuwen ervoor kopen nóg meer te stimuleren nu er een tekort is aan huizen. „Elke stimulans die je geeft, komt één op één terug in hogere prijzen”, aldus Knot. „Daardoor komt er echt geen vierkante meter woongenot bij. Stimulering van de vraag heeft geen enkele zin.”

 

(LC 03.06.21)