Kamer eist meer actie van minister tegen hoge huren

Een voorstel om de huren in Nederland voorlopig te bevriezen, is
dinsdag ternauwernood verworpen in de Tweede Kamer. Minister
Kajsa Ollongren voor Wonen vindt een bevriezing te drastisch.
Wel belooft ze op Prinsjesdag met een compensatie te komen
voor huurders die in de knel komen.

Haagse bronnen melden dat woningcorporaties volgend jaar in elk geval
een korting van 200 miljoen krijgen op de zogenoemde
verhuurdersheffing. Met die meevaller kunnen de corporaties huurders
tegemoetkomen die door de coronacrisis in de financiële problemen zijn
gekomen.
De linkse oppositie sprak gisteren honend over een 'doekje voor het
bloeden' en wil de druk op Ollongren de komende tijd verder opvoeren.
Partijen als PvdA, SP en GroenLinks zien het woonbeleid van de D66-
bewindsvrouw als een belangrijk campagne-onderwerp voor de komende
verkiezingen en willen dat het kabinet ingrijpt in de markt. Voor de PVV
geldt hetzelfde.
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bleek eerder
deze week dat de huren sinds 2014 niet meer zo hard zijn gestegen. Per 1
juli lagen ze gemiddeld 2,9 procent hoger dan een jaar eerder. De huren
van sociale huurwoningen die niet in handen zijn van een
woningcorporatie stegen het meest, met 3,4 procent. Daarna volgden de
vrijesectorwoningen met 3 procent. Bij corporatiewoningen was de
stijging 2,7 procent.


Ollongren moest zich tijdens het vragenuurtje, niet voor het eerst,
verweren tegen scherpe kritiek op haar beleid. Wilders noemde haar 'een
elitaire minister van asociale zaken die lak heeft aan huurders, waarvan
50 procent niet kan rondkomen'. Volgens SP-leider Lilian Marijnissen
heeft Ollongren 'keihard gefaald'. 'Ze was gewaarschuwd, maar nu zijn
de huren geëxplodeerd.'
Marijnissen verwees daarbij naar een motie die al in april is aangenomen
door de Eerste Kamer om de huren tijdens de coronacrisis te bevriezen.
Ollongren weigerde dat voorstel uit te voeren omdat een bevriezing
volgens haar een negatieve invloed heeft op de investeringen in de
woningmarkt. Ze vreest dat zowel de nieuwbouw als het onderhoud en de
verduurzaming van bestaande woningen er onder zullen lijden.
Ollongrens weigering kwam haar in de senaat op een motie van afkeuring
te staan - iets wat geen minister meer is overkomen sinds 1875.
Ollongren wees er op dat de huurstijgingen van het afgelopen jaar juist
meevallen als de inflatie wordt meegerekend, die in die periode 2,6
procent was. De inflatie wordt deels gecompenseerd via de uitkeringen en
huurtoeslag. De reële huurstijging schommelt daardoor rond de 0,3
procent.
'Dat is heel beperkt', aldus de minister. 'Bij zittende huurders is zelfs
sprake van een verlaging. Dat is in geen jaren voorgekomen. We moeten
het grotere geheel blijven zien op de woningmarkt. Bij een
huurbevriezing treffen we ook de partijen waarvan we willen dat ze
bouwen en onderhoud plegen.'


Ollongren erkende wel dat mede door de coronacrisis een groep huurders
in de knel komt, omdat ze een laag inkomen hebben en een relatief hoge
huur. 'Mensen die onvoldoende geholpen kunnen worden door de
middelen die er zijn, gaan we tegemoetkomen.'
De oppositie nam daar geen genoegen mee. PvdA-Kamerlid Henk Nijboer
meent dat de minister ten onrechte suggereert dat slechts een kleine
groep huurders in de problemen komt. Nijboer: 'Bijna alle huurders
hebben moeite om rond te komen. Het is echt een enorm
maatschappelijk probleem. Dat krijgen we de minister niet aan het
verstand gebracht.'
Op veel steun van andere regeringspartijen hoeft Ollongren niet te
rekenen. VVD en CDA willen vooral dat de D66-bewindsvrouw meer doet
om de woningbouw verder vlot te trekken.

 

(Volkskrant 9 september)