Kamervragen over compensatie huurders wiens huurtoeslag onterecht stop is gezet

Eind vorig jaar bleek uit een uitspraak van de Raad van State dat de Belastingdienst ten onrechte huurders met een hoge huur huurtoeslag weigerde of stopzette. De ministeries van Financiën en Binnenlandse zaken willen gedupeerde huurders niet compenseren. Het CDA vraagt in Kamervragen om dit toch te doen.

 

Verworven recht

Huurders met een huurprijs boven de huurtoeslaggrens (dit jaar €737,-) kunnen geen huurtoeslag krijgen. Er is een uitzondering voor huurders die al huurtoeslag ontvangen als de huurprijs door huurverhoging boven de grens uitkomt. Dit heet het ‘verworven recht’.  Bij huurders die tijdelijk een hoger inkomen hadden waarmee er geen recht was op huurtoeslag, maar die daarna weer een inkomen hadden waarmee ze wel weer recht hadden op huurtoeslag, oordeelde de Belastingdienst dat ze hun verworven recht kwijt waren geraakt. Onterecht, zo blijkt uit de uitspraak van de Raad van State.

Honderden huurders liepen zo huurtoeslag mis, of moeten de huurtoeslag terugbetalen. 

 

Kamervragen

Dat wil het CDA ook. Op eerdere Kamervragen antwoorden de ministers van Binnenlandse zaken en van financiën dat ze vinden dat er door de uitspraak van de Raad van State een ‘nieuwe interpretatie’ van de regeling is ontstaan, waardoor ze huurders niet met terugwerkende kracht tegemoet hoeven te komen. Dat is onzin, stelden belastingdeskundigen afgelopen zaterdag bij BNNVARA Kassa. De regel is altijd hetzelfde geweest maar werd verkeerd toegepast door de Belastingdienst.

Reden voor het CDA om opnieuw vragen te stellen over het verworven recht. Zo willen ze onder andere weten of er geen aanleiding is om ‘het nieuwe beleid, dat helemaal niet nieuw blijkt te zijn, met terugwerkende kracht toe te passen? En hoe gaat u dit aanpakken?’