Landelijke regie woningmarkt nodig

De terugkeer van een minister van Volkshuisvesting betekent niet dat er meteen in hoog tempo in Nederland huizen bijgebouwd zullen worden.

Dat blijkt uit een rondgang langs betrokkenen. Gisteren werd bekend dat Hugo de Jonge (CDA) van het ministerie van Volksgezondheid verhuist naar Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Hij heeft geen ervaring met woningbouw of volkshuisvesting.

„De wooncrisis staat bij veel mensen op nummer één als het gaat om de problemen die aangepakt moeten worden. De Jonge is daadkrachtig, maar ik verwacht wel dat de beloften op het gebied van het oplossen van de wooncrisis misschien wat groter zijn dan de daden”, zegt Coen van Rooyen namens brancheclub WoningbouwersNL.

De afgelopen tien jaar was er geen aparte woonminister, want gedacht werd dat er wel voldoende woningen in Nederland zouden zijn. De verantwoordelijkheid voor nieuwbouw werd decentraal neergelegd, wat tot gevolg had dat het bouwtempo eruit raakte. De laatste jaren groeit de bevolking echter als kool, waardoor het mede door de lage rente kon gebeuren dat de huizenprijzen explodeerden en er een wooncrisis ontstond.

Bouwend Nederland vindt dat De Jonge het laatste woord moet hebben bij de woningbouw, in plaats van gemeenten en provincies. „Landelijke regie is nodig, plus afdwingbare afspraken met gemeenten en provincies over locaties. Er moeten afspraken komen over lagere grondprijzen voor woningen voor starters en middeninkomens. Een hele klus, maar we zijn positief dat er een aparte minister van Wonen komt”, zegt voorman en oud-minister Maxime Verhagen, tevens partijgenoot van De Jonge. „De minister zal de touwtjes in handen moeten nemen om werkelijk de aantallen te halen die men wil.”

Een landelijk overzicht over ‘harde’ en ‘zachte’ bouwplannen ontbreekt, zo bleek vorige maand uit onderzoek van de Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur. Ook de stikstofcrisis leidt ertoe dat er nog nauwelijks iets van de grond komt, met daar bovenop nog alle ‘normale’ juridische inspraakprocedures die doorlopen moeten worden om een bouwproject te laten starten. Per jaar moeten nu 100.000 woningen gebouwd worden om het huizentekort in te lopen en te bouwen voor de komende jaren.

Een probleem hierbij is dat adviseurs van het kabinet koersen op binnenstedelijk bouwen, bijvoorbeeld op bestaande industrieterreinen of sloop voor nieuwbouw. Dat is duurder, en het kost vaak jaren om tot de daadwerkelijke bouwlocatie te komen. Buitenstedelijk bouwen wordt door het rijk niet gestimuleerd, of vaak door provincies tegengehouden.

„We moeten er nu voor waken dat we in een discussie raken wie over ruimtelijke ordening gaat”, zegt Van Rooyen.„De doorzettingsmacht ligt nu echter bij de gemeenten. De minister heeft een wortel en een stok nodig om de gemeenten in de meewerkstand te krijgen. Die moeten de voorbereiding van de bouwlocaties doen.”

Eerder lekte uit dat het nieuwe kabinet 100.000 extra woningen wil bouwen in Flevoland , maar de provincie en de gemeente Almere willen dan eerst miljarden voor een nieuw ov-verbinding. Van Rooyen: „De afgelopen tijd werden wel zogeheten woondeals in een aantal regio’s gesloten, maar in de praktijk leidde dat niet tot een inhaalslag. De Jonge moet de gemeenten strak houden aan deadlines voor bestemmingsplannen. En niets stimuleert zo als geld.”

Koepel van woningcorporaties Aedes is verheugd met de komst van De Jonge op het woondossier, meldt een woordvoerder. „De minister heeft geen achtergrond in volkshuisvesting, maar vanuit zijn ministerie kan hij gevoed worden om voortvarend aan de slag te gaan.”

<LC 03.01.22>