Leefbaarheid dorpen daalt door uittocht van hogere inkomens

Het vertrek van mensen met hogere inkomens uit
krimpgebieden heeft een dubbel effect op de leefbaarheid.
Gemeenten worden armer en houden minder geld over voor
belangrijke voorzieningen. Daarnaast gaat het vaak om
hogeropgeleiden die maatschappelijk actief zijn.

Dat zegt Bettina Bock, bijzonder hoogleraar bevolkingsdaling en leefbaarheid voor
Noord-Nederland aan de Rijksuniversiteit Groningen. Bock reageert hiermee op
een onderzoek van onder meer het Fries Sociaal Planbureau van afgelopen
voorjaar naar inkomensverschillen tussen Noord-Nederland en de rest van het
land.
Belangrijkste conclusie daarin: die worden groter, doordat jaarlijks meer mensen uit
de drie noordelijke provincies naar elders in Nederland vertrekken dan zich hier
vestigen. Relatief vaak gaat het om mensen met hogere inkomens.
En dat heeft zijn effect op de leefbaarheid, vertelt Bock. ,,Hogere inkomens betalen
meer belasting, dus krijgt een gemeente steeds minder geld binnen. Hoe meer
mensen van een uitkering leven, hoe groter de uitgaven. Veel gemeenten hebben
nu financiële problemen, en dat heeft deels te maken met uitgaven op het gebied
van de WMO.’’
Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat mensen met een hogere opleiding, die
ook vaak een hoger inkomen hebben, vaak een belangrijke rol spelen in allerlei
sociale initiatieven. ,,Ze hebben een goed netwerk, ervaring met besturen, weten
bijvoorbeeld waar ze subsidies kunnen halen. Als die groep vertrekt, komen
sociale initiatieven vaak in een neerwaartse spiraal.’’
Ook uit Friesland verhuizen per saldo meer mensen met een hoger inkomen dan
er hiernaartoe komen. Dat komt vooral door het vertrek van afgestudeerden uit
Leeuwarden die elders een baan vinden.

Meest opvallende uitkomst voor Friesland is dat zich in Zuid-Friesland per saldo
meer hogere inkomens vestigen, onder andere ‘Randstad-ontvluchters’, terwijl er in
Noord-Friesland, waar krimp is, juist een (minimaal) vertrek is van deze
welvarende groep. De lage inkomens blijven hier zitten. Zo wordt het verschil
tussen noord en zuid relatief groter, een ontwikkeling die zich volgens het FSP
almaar sterker doet gelden.
De provincie heeft geen rol als het gaat om het bestrijden van regionale
inkomensverschillen, zegt woordvoerder Peter van den Meerschaut. Wel maakt het
provinciebestuur beleid voor de leefbaarheid in krimpgebieden. ,,Rekening
houdend met de demografische ontwikkelingen proberen wij de voorzieningen op
peil te houden. Een voorbeeld is de huisartsenregeling.” Huisartsen die zich in
Friesland willen vestigen, kunnen subsidie van de provincie krijgen bij het bouwen
of verbouwen van hun praktijk.
Het FSP zoomt komend najaar nader in op de inkomenssituatie in Friesland.
Afhankelijk van de uitkomsten bekijkt de provincie of die iets kan doen, zegt Van
den Meerschaut.