Leeuwarden | Energiecijfers Leeuwarden kloppen niet

Rekenkamer tikt gemeente op vingers na dubbeltelling bij duurzaamheidsdoelstellingen. De gemeente Leeuwarden rekent elders ingekochte groene stroom ten onrechte mee in de energiedoelstellingen van de gemeente. Dat vindt de gemeentelijke rekenkamer,
die onlangs een rapport schreef over de voortgang van de energietransitie.

Het rapport werd woensdag aan de gemeenteraad uitgereikt. Leeuwarden wil dat haar energiemix in 2020 voor 1,41 petajoule (PJ)
bestaat uit groene stroom. De doelstelling is om daarvan 0,85 PJ binnen de gemeente op te wekken en 0,56 PJ van buiten de gemeente te betrekken. Die tweede post bestaat uit Leeuwarder aandelen in afvalwerkingsbedrijf Omrin en het inkopen van duurzame energie van de biomassacentrales in Harlingen en Heerenveen. In 2016 lag de opwekking binnen de gemeente op iets minder dan 0,5 PJ en bijna 0,7 PJ kwam van buiten.

Maar tegen het meerekenen van stroom van buiten de gemeente maakt de rekenkamer nu bezwaar, want het leidt gemakkelijk tot dubbeltellingen. Ook in de berekening van de gemeente Leeuwarden is dat gebeurd, aldus de rekenkamer. ‘De gemeente rekent vanuit haar aandelenpositie een zesde van de duurzame energie van Omrin mee in haar energiedoelstellingen. Daarnaast koopt de gemeente
Leeuwarden groene stroom in bij Omrin waarmee de gemeente deze groene stroom nogmaals meerekent in haar doelstelling.’
De rekenkamer adviseert om energie van buiten de gemeentegrenzen niet mee te rekenen in de Leeuwarder energiemix, of er zouden
landelijke afspraken moeten komen over de gemeentelijke toebedeling van elders betrokken groene stroom.

Fossielvrij
Overigens is de rekenkamer verder overwegend positief over het behalen van de energiedoelstellingen voor 2020. De gemeente ligt op koers om de geambieerde 20 procent energiebesparing in woningen te halen. Ook de ambitie om 0,85 PJ aan groene stroom binnen de eigen gemeente op te wekken, is volgens de rekenkamer haalbaar als zonprojecten die in ontwikkeling zijn, worden uitgevoerd.

Over het halen van de doelen op lange termijn is de rekenkamer kritischer. Zo zou de gemeente meer vaart moeten zetten achter het  aardgasvrij maken van bestaande woningen. Om in 2050 fossielvrij te zijn, ‘is het nodig dat het energietransitiebeleid in de hoogste versnelling gaat’, waarbij ook windenergie niet moet worden uitgesloten, schrijft de rekenkamer. Sectoren als mobiliteit, industrie en dienstverlening, waar de CO2-uitstoot nu nog toeneemt, vergen volgens het rapport extra aandacht.