LEEUWARDEN | Geef bewoners veel invloed bij maken wijkplannen

Hoe voorkom je dat wijken afglijden door werkloosheid, armoede of verloedering? Ondersteun de wijkorganisaties, vinden actieve bewoners uit de Leeuwarder wijken Bilgaard, Heechterp-Schieringen en de Vlietzone.

De wijken aan de oostkant van Leeuwarden (inclusief Bilgaard) hopen op miljoenen van het rijk om de kloof tussen arm en rijk te dichten. Met het manifest ‘Dicht de Kloof!’ vroegen burgemeester Sybrand Buma en veertien collega’s van andere gemeenten het rijk om jaarlijks 400 miljoen euro voor zestien wijken in vijftien steden, waaronder dus het oostelijk deel van Leeuwarden. In die wijken wonen zo’n 36.000 mensen.

,,Het mooie van Heechterp-Schieringen is het vele groen, de talrijke sportfaciliteiten. Het grote probleem is dat de woningvoorraad voor 90 procent uit sociale huur bestaat. Mensen blijven maar even in de wijk. Na vijf jaar zijn ze weer weg”, zegt Vincent Childs, voorzitter van het wijkpanel in Heechterp-Schieringen. ,,Er is te weinig sociale cohesie.”

,,Bij ons in de Vlietzone is het verloop nog groter. Meer dan 50 procent van de bewoners verandert jaarlijks’’, schetst Sebas Veenstra van Vlietvaardig een van de problemen in zijn wijk. ,,Het gaat dan met name om kamerbewoners en zorgcliënten die in de wijk wonen.’’

Dat is anders in Bilgaard, stelt Arthur Huang van de wijkvereniging daar. ,,Het mooiste van deze wijk is dat veel mensen elkaar willen helpen. Het grootste probleem is dat 19 procent van de bewoners afhankelijk is van een bijstands- of werkloosheidsuitkering. En dat uit zich in zorgen en gezondheidsproblemen.”

In het wijkcentrum van Bilgaard bespreken de drie de problemen en kansen voor de wijken. Ook Dick Bootsma schuift spontaan aan. Hij is zakelijk leider bij wijkvereniging Bilgaard. Het wijkbedrijf speelt een belangrijke rol in de samenwerking tussen wijkorganisaties, bewoners, gemeente en zorgpartners.

,,Wij hebben geleerd dat we heel veel zelf kunnen. In 2012 zijn we hier begonnen met het wijkbedrijf. We hebben de pilot Lab Noord gekregen, waarin wordt gekeken hoe zorg anders georganiseerd kan worden. Zo werken we al met heel veel partners samen om sociale problemen aan te pakken”, schetst Bootsma de praktijk in Bilgaard. ,,Wekelijks komen er zo’n 800 tot 1000 mensen naar het wijkcentrum, en we hebben zo’n 150 vrijwilligers, onder wie kinderen van het Zakgeldproject.”

Veenstra en Childs luisteren met enige afgunst naar het verhaal van Bootsma. ,,Bij ons komt het neer op een te klein groepje mensen’’, zegt Childs. ,,En de samenwerking tussen de verschillende organisaties zou beter kunnen. Ik zou graag zien dat de gemeente ook bij ons geld in een type als Bootsma zou stoppen in plaats van in dure professionals. En dat, als er straks geld van het rijk komt, we iemand voor een lange periode kunnen aanstellen.”

,,Met Dick hebben we iemand die echt voor de wijk werkt. Hij is in dienst bij de wijkvereniging”, legt Huang uit. ,,Daarmee is hij onafhankelijk. Hij werkt niet voor een welzijnsorganisatie.”

,,Geld wordt gewoon niet altijd goed ingezet”, gaat Childs verder. ,,Wij hebben nu een wijkrestaurant, dat loopt goed. Maar als je er echt een succes van wilt maken, zul je er een professional op moeten zetten. Alleen investeert de gemeente liever in een opbouwwerker. Daarom blijft er te veel druk op vrijwilligers liggen.”

Onafhankelijkheid, samenwerking tussen wijkpanels, wijkverenigingen en andere bewonersorganisaties, actieve vrijwilligers en een professional die als een spin in het web werkt: het zijn voorwaarden om de leefbaarheid in een wijk te verbeteren. Daarover zijn de vier het eens. ,,Betrokkenheid is heel belangrijk. En aanpakken. En elkaar aanspreken”, voegt Bootsma toe.

In de zomerperiode zijn de wijken bezig met het maken van plannen voor als het rijksgeld straks daadwerkelijk richting Leeuwarden komt. Want ondanks het breed gedragen manifest ‘Dicht de Kloof!’ is het aan een nieuw kabinet om het geld ook daadwerkelijk vrij te maken.

In Bilgaard zijn de wensen van de bewoners verzameld. Huang toont een aantal borden met daarop vragen als: ‘wat mis je in de wijk?’ en ‘wat vind je belangrijk in je eigen leven over 20 jaar?’.

Vlietvaardig heeft een manifest opgesteld. ,,Wij willen net als in Bilgaard een eigen werkbedrijf. Inclusief een corporatie die woningen opknapt, opkoopt en dan verhuurt of verkoopt onder voorwaarden’’, schetst Veenstra de ambities van de Vlietzone. ,,En we willen een leerbedrijf oprichten. Er zijn genoeg jongeren in de wijk die nu zorg ontvangen en daarnaast prima aan de slag kunnen onder begeleiding. Je slaat zo meerdere vliegen in één klap. Het opknappen van huizen en ervoor zorgen dat mensen langer in de wijk wonen zijn echt voorwaarden om de Vlietzone erbovenop te krijgen.”

De woningvoorraad in Heechterp-Schieringen is ook een probleem, stelt Childs. ,,Zolang 90 procent van de woningen sociale huurwoningen zijn, blijft het een soort opvang voor mensen die tijdelijk in de wijk verblijven. Problemen met huisjesmelkers zoals in de Vlietzone hebben wij minder.’’

,,Er is nu al geld beschikbaar gesteld door Den Haag voor verduurzaming van huizen in het oosten van de stad”, haakt Huang aan. ,,Wij pleiten ervoor dat dit ook financieel voordeel oplevert voor de huurders. Nu is het vaak zo dat als een woning verduurzaamd wordt, de energielasten omlaaggaan maar de huur wordt verhoogd. Doe dat niet, en laat de huurders ook financieel profiteren.”

Huisjesmelkers rukken ook in Bilgaard op: woningen worden opgekocht en in plaats van gezinnen trekken er bijvoorbeeld studenten in. Huang: ,,We hebben er bij de corporaties en de gemeente op aangedrongen om voorwaarden op te nemen bij verkoop. Ook bij nieuwbouw zou er een clausule moeten komen dat mensen er minimaal vijf jaar blijven wonen. Daar is nu nog geen wettelijke basis voor. Wat we zouden willen is dat er doorstroming binnen de wijk ontstaat, dat mensen die het beter krijgen ook in de eigen wijk een betere woning kunnen krijgen.”

En tot slot – daarover zijn ze het allemaal eens – : geef de bewonersorganisaties een grote stem in de verdeling van het geld en de projecten waarin het gestoken wordt. ,,Zodat het niet zo gaat als met de periode dat we ‘Vogelaarwijk’ waren. Toen is er wel geld in de wijk gepompt, maar je kunt je afvragen of dat allemaal goed besteed is”, besluit Childs.

 

<LC 28.08.21>