Mensen met een baan vaker arm

Een groeiende groep Nederlanders met een baan verdient te weinig om rond te kunnen komen.
Sinds het begin van deze eeuw is het aantal werkende armen met 60 procent toegenomen. Belangrijkste oorzaak is dat lonen, mede door de crisis, relatief weinig zijn gestegen. Daarnaast verslechterde de positie van zelfstandigen omdat zij hun winsten zagen dalen, terwijl er veel zzp’ers bijkwamen. Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een omvangrijke studie die vandaag verschijnt.

Konden in 2001 nog 210.000 Nederlanders niet rondkomen, in 2014 lag dat aantal op 320.000. Daarvan werkten er 175.000 in loondienst
en 145.000 als zelfstandige. Vooral zzp’ers, werkende alleenstaanden en werknemers met een migratie-achtergrond (met name uit
Turkije en Marokko) lopen een verhoogd risico op armoede. ,,Zelfstandigen zijn vooral arm doordat ze per uur te weinig verdienen’’,
aldus het het SCP.

In vergelijking met andere Europese landen is het aandeel werkende armen in Nederland met 5,3 procent relatief laag, al doen  Denemarken (3,5 procent) en België (4,3 procent) het beter. In Duitsland (9,4 procent) en het Verenigd Koninkrijk (12,4 procent) ligt het percentage fors hoger.

Volgens het SCP telt Nederland ‘veel kwetsbaren’. Het SCP beschouwt iemand als werkende arme als die te weinig inkomen verdient om wonen, voeding, kleding en verzekeringen van te betalen, plus een klein bedrag voor ontspanning zoals het abonnement op een sportclub of bibliotheek. In 2014 kwam de armoedegrens volgens deze berekening voor een alleenstaande uit op 1063 euro per maand. Voor een alleenstaande ouder met twee kinderen lag het bedrag op 1610 euro en voor een stel met twee kinderen op 2000 euro. 

Het aantal werkende armen neemt sinds 1990 gestaag toe. Toch is deze groep amper in beeld bij lokale overheden. Die richten zich vooral
op mensen met een uitkering en vinden het moeilijk werkende armen te bereiken, zeker als zij geen kinderen op school hebben of nooit
naar de huisarts gaan.