‘Mentaliteit vaak niet klagen, maar dragen’

Iedereen die in aanmerking komt voor langdurige zorg of maatschappelijke ondersteuning heeft recht op kosteloze cliëntondersteuning. Dit blijkt bij veel mensen niet bekend. Daar zullen gemeenten beter over dienen te communiceren, aldus De Bewonersraad. Als mensen niet van het bestaan van cliëntondersteuning weten, gaan ze daar ook niet om vragen.

(hieronder het artikel uit de LC)


‘Het kan met de hectiek te maken hebben. Als je zorg nodig hebt, bijvoorbeeld omdat je partner dementie heeft, komt er ineens ontzettend veel op je af. Kunnen we thuis blijven wonen? Wie gaat dit betalen? Dan denk je niet direct: kan ik hier ondersteuning bij krijgen?”, denkt cliëntondersteuner Tannie Peters hardop.

Wie een indicatie krijgt voor langdurige zorg of maatschappelijke ondersteuning kan makkelijk verdwalen in het woud van wet- en regelgeving. Cliëntondersteuning kan dan een uitkomst bieden, maar deze wettelijk verplichte service is zo onbekend dat de zorgverzekeraars en de gemeenten samen een landelijke campagne zijn begonnen voor meer bekendheid.

Je zou zeggen dat de gemeente of de zorgverzekeraar bij een eerste of tweede contact met een zorgaanvrager wijst op beschikbare cliëntondersteuning, maar zo eenvoudig werkt het in de praktijk niet altijd, zegt Peters. ,,Het verschilt per gemeente. De ene gemeente zet dit prominent op de website, bij de andere moet je er gericht naar zoeken. Binnen de gemeente, de sociale wijkteams en de
gebiedsteams is dit ook lang niet altijd bekend. Daar is er zeker ook werk aan de winkel.”

Sommige gemeenten houden cliëntondersteuning in eigen huis, andere besteden dit uit aan organisaties als MEE, Humanitas of Zorgbelang Fryslân. Voor die laatste organisatie werkt Peters. Zorgbelang bedient acht gemeenten (Smallingerland, Opsterland, De Fryske Marren, Waadhoeke, Harlingen, Leeuwarden, Vlieland en Terschelling) en voor het zorgkantoor de hele provincie.

,,Het grote voordeel is dat wij onafhankelijk zijn. Veel vragen gaan over bejegening. De cliënt is bijvoorbeeld niet tevreden over de zorgaanbieder en heeft het idee dat ze die móest nemen, omdat de gemeente daar een contract mee heeft. Dan kan ik alternatieven schetsen: of zelf de zorg betalen of een persoonsgebonden budget aanvragen, maar dan moet je alle zorg zelf inkopen.” Even luisteren blijkt vaak al te helpen, vervolgt Peters. In veel gevallen wordt mensen aangeraden terug te vallen op het netwerk, bijvoorbeeld bij de
keukentafelgesprekken over (her)indicatie voor huishoudelijke hulp. Sommige gemeenten sturen erg aan op aanwezigheid van naasten bij zo’n gesprek, maar een cliënt-ondersteuner kan ook overbelasting van mantelzorgers tegengaan.

,,Dat valt me echt op, we vragen veel van mantelzorgers. Van zo’n herindicatie of pgb-aanvraag hangt een hoop af, dat moet dus wel even goed.” De oudere generatie in Friesland is dikwijls te bescheiden, signaleert Peters. ,,Niet klagen, maar dragen. Maar als je vindt dat zo’n ‘leaf famke’ haar werk niet helemaal goed doet, moet je dat wel kunnen zeggen. Ik zie onder deze ouderen geregeld dat ze niet eens weten wat er in hun zorgplan staat. Het is goed om daar zelf over mee te denken, en daar kunnen wij bij helpen.”

Tegelijk tempert Peters, die gemiddeld vijf à zes uur voor een cliënt uittrekt, te hoge verwachtingen. ,,Dan klagen ze dat de huishoudelijke hulp het tuintje niet harkt, maar daar is die zorg niet voor bedoeld.” Naast almaar complexere multiproblematiek ziet Zorgbelang Fryslân als trend een groep die steeds mondiger wordt en de barricaden op wil, zegt teamcoördinator Sandra Lousma. Soms is er sprake van onwetendheid, en geregeld zorgen de vertrouwenspersonen voor bemiddeling. ,,Maar áls je aan de hoogste boom wil schudden, dan gaan we daarin mee.” Wijzen op de klachtenprocedure is een belangrijk onderdeel van het werk, zegt Peters. ,,En als iemand bezwaar wil maken tegen een beschikking, dan helpen we daarbij.”