Mes in nieuwbouw Noordoost-Friesland

In krimpregio  Noordoost-Friesland wordt nog altijd te veel gebouwd, blijkt uit nieuw onderzoek. Alle plannen moeten opnieuw onder de loep.

Het was geen vrolijke boodschap die onderzoeker Daniel Depenbrock van adviesbureau KAW gistermiddag verkondigde in een broeierige tent in Buitenpost. Depenbrock presenteerde de uitkomsten van de Woningmarktanalyse Noordoost-Fryslân, waarmee de zogenaamde ‘vervangings- en veranderopgave’ van de woningvoorraad in de regio in kaart is gebracht. Uit de analyse komt onder meer naar voren dat de bouwplannen in de kersverse krimpregio niet overal aansluiten op de realiteit. ,,De regio kent een overschot aan bouwplannen, meer dan waar de resterende huishoudensgroei aanleiding tot geeft.’’ Dat overschot aan bouwplannen maakt volgens de onderzoekers dat nu al minder vraag is naar minder gewilde woningen op minder populaire plekken.

In cijfers: per 1 januari 2016 waren er plannen voor ongeveer  700 woningen in Noordoost-Friesland. Volgens  provinciale cijfers zijn er evenwel maar 600 nodig. Onderzoeksbureau Primos houdt het  op ruim 1100 woningen; die cijfers worden door KAW betwist. 

De onderzoekers dringen er bij gemeenten en corporaties op aan om al hun plannen te toetsen op ,,realiteitsgehalte,toegevoegde waarde en impact op de omliggende kernen.’’ 

Die oproep vindt gehoor: in de laatste b. en w.-vergaderingen van de zes Noordoost-Friese gemeenten spreken de gemeentebesturen een ,,herziening van de programmering’’ af. Oftewel: alle bouwplannen in de regio opnieuw onder de loep, met mogelijk gevoelige keuzes tot gevolg. Volgens wethouder Roelof Bos van Dantumadiel is het niet een kwestie van slopen waar de krimp het hardst toeslaat, en bouwen waar het groeit. ,,Ek in lytse doarpen kin nijbou fertuten dwaan.’’ Het gaat er volgens Bos om goed te kijken naar wat waar nodig is. De  vraag die bij de zes gemeenten op tafel ligt, is dus: bouwt Noordoost-Friesland wel op de juiste plek?

Een veelheid aan ,,kwetsbare oningen’’, zoals seniorenwoningen en oude, technisch gedateerde huizen, kan een dorp vatbaar maken voor krimp, weten de  onderzoekers. Sloop en nieuwbouw kunnen helpen.

Het nieuwe onderzoek bouwt voort op de woningmarktanalyse die provincie-adviseur RIGO in 2015 deed. Ook toen uitten de onderzoekers zorg over de veelheid aan ambitieuze bouwplannen. Bij het samenstellen van de gisteren gepresenteerde analyse is voor elk dorp gekeken naar ligging, bereikbaarheid en voorzieningenniveau. Volgens de onderzoekers zijn dit de meest genoemde verhuismotieven.

Dan blijkt dat kernen als Dokkum,Burgum, Buitenpost en Kollum,  met hun relatief goede bereikbaarheid en vele voorzieningen, een iets betere en minder snel krimpende toekomst wacht dan dorpen als Holwerd en Kootstertille.

Maatwerk kan de krimp in alle dorpen een zachte landing bezorgen. Neem Burgum, met misschien wel de grootste groeipotentie van Noordoost-Friesland, waar de huidige bouwplannen slechts ruimte bieden aan 10 procent groei. Ook zijn er volgens de onderzoekers dorpen waar krimp voor de hand ligt, maar bouwplannen uitgaan van groei, zoals Burdaard, Twijzelerheide, Gerkesklooster- Stroobos, Ternaard, Sumar en Ryptsjerk.