Platform31.nl : Kleine uitbreidingen op woonwagenlocaties helpen ook!

Vier jaar na de invoering van het landelijk beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid hebben veel gemeenten een (nieuw) woonwagenbeleid vastgesteld of staan zij op het punt dit te doen. Wel worstelen zij met de realisatie van nieuwe standplaatsen door hoge (grondstof)prijzen, ruimtegebrek, politieke dilemma’s en lange procedures. Groningen, Weert, Land van Cuijk en een aantal andere gemeenten focussen zich daarom eerst op de uitbreiding van bestaande en/of oude locaties met een klein aantal plekken, zodat de druk van de ketel wordt gehaald.

 

De behoefte aan woonwagenstandplaatsen groeit de afgelopen 20 jaar gestaag, terwijl het aantal standplaatsen vrijwel gelijk is gebleven. Sinds de invoering van het nieuwe beleidskader (2018) zien we dat diverse Nederlandse gemeenten wel nieuwe standplaatsen willen toevoegen, maar in de uitvoering tegen een groot aantal obstakels (zoals beschreven in dit artikel) aanlopen. Daarnaast ervaren gemeenten in de planvorming nog een uitdaging: het ontwikkelen van nieuwe locaties vereist afspraken tussen gemeente en corporatie, een locatieonderzoek, bestemmingsplan-, bouw- en bezwaarprocedures en het bouwrijp maken van de grond, waarbij continu politiek en maatschappelijk draagvlak moet worden vastgehouden. En dat kost net zoals bij de nieuwbouw van reguliere woningen veel tijd. Het ontwikkelen van de nieuwe locatie in Oss duurde bijvoorbeeld bijna zes jaar.

 

Bij de uitbreiding van bestaande of de herinrichting van oude woonwagenlocaties zien we dat dit probleem minder speelt. In gemeenten waar gekozen wordt voor uitbreiding van bestaande locaties zien we dat het plaatsen van nieuwe woonwagens sneller tot stand komt. Het uitbreiden van bestaande woonwagenlocaties is geen antwoord op de opgave om volledig te voorzien in de vraag naar extra standplaatsen. Wel biedt elke uitbreiding perspectief voor de nog inwonende zoon of dochter die nu eindelijk zelfstandig kan gaan wonen. Elke standplaats is er één. Daarom laten we in dit artikel enkele praktijkvoorbeelden van gemeenten zien die bestaande locaties alvast uitbreiden of kleine ‘oude’ locaties terugbrengen.

 

Groningen – Woonwagenlocatie De Held

In Groningen worden stappen genomen om uiteindelijk het totaal aantal standplaatsen in de stad uit te breiden met 20 tot 30 plaatsen. Hiervoor is veel financiering en bestuurlijk draagvlak nodig. Dit kost tijd. Ondertussen wordt gekeken of er op bestaande locaties al sneller kleinschalig uitgebreid kan worden. Op de locatie De Held bestaan al 8 woonwagenstandplaatsen en 12 doelgroepwoningen (exclusief gelabeld voor woonwagenbewoners). Daarnaast is er op de locatie een relatief groot speelveld dat weinig gebruikt wordt door de huidige bewoners. “In afwachting van het ‘grote plan’ geven we alvast wat lucht aan de lange wachtlijst door hier twee nieuwe standplaatsen te realiseren”, aldus de specialiste bijzondere woonvormen bij de gemeente Groningen. De wethouder heeft inmiddels de opdracht tot uitbreiding gegeven. Aanvankelijk waren er onder de huidige bewoners zorgen over het verdwijnen van enkele parkeerplaatsen en de speelgelegenheid. Door in gesprek te gaan met de bewoners, de indeling aan te passen en dankzij bestuurlijk doorzettingsvermogen is deze twijfel inmiddels weggeëbd. Op de locatie realiseert de gemeente nu twee ruime standplaatsen (220 m2), een kleine speeltuin en twee parkeerplaatsen.

 

Weert – Woonwagenlocaties Poorterhof en Achtkantmolen

In de gemeente Weert is van uitsterfbeleid nooit sprake geweest. Na het intrekken van de Woonwagenwet (1999) zijn er, in tegenstelling tot in veel andere gemeenten, zelfs drie nieuwe woonwagenlocaties toegevoegd. Toch hebben bewoners ook in deze gemeente nog behoefte aan uitbreiding van het aantal standplaatsen. Zij geven in het behoefteonderzoek – uitgevoerd door Companen in opdracht van de provincie Limburg – aan in de periode tot 2030 behoefte te hebben aan 35 extra standplaatsen (huidig aantal standplaatsen: 95). De gemeente richt zich nu op de uitbreiding van een aantal huidige locaties. De bestemmingsplannen van de eerste twee locaties moeten zo mogelijk nog dit jaar in procedure gebracht worden. “Uitbreiding van bestaande locaties is voor ons een logische keuze. Uit het behoefteonderzoek blijkt dat de jongere generatie bij haar eigen familie wil blijven wonen en niet gezamenlijk op een ‘nieuwe’ locatie”, aldus de beleidsambtenaar. Wel blijft de onrendabele top op een uitdaging. “De corporatie, Wonen Limburg, moet hier nog een flink ei over leggen.”

 

Land van Cuijk – Woonwagenlocatie aan de Mergen in Mill

In de gemeente Land van Cuijk, in het dorp Mill, lag jarenlang een woonwagenlocatie aan de rand van het bos. Na de invoering van de nieuwe woonwagenwet bouwde de gemeente de locatie geleidelijk af. Uiteindelijk bleef er slechts één woonwagen over op de locatie. Dit leidde in 2020 tot protest onder de woonwagenbewoners. Zij voelden zich gesteund door de uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens en het nieuwe beleidskader. Het college besloot dat de bewoners in hun recht stonden en dat de locatie teruggebracht moest worden.

 

De gemeente vond het van groot belang snel te handelen en deze opgave niet over te laten aan een nieuw college. Voormalig wethouder Van de Boogaart gaf tijdens de opening aan: “Doordat er al een bestemmingsplan lag onder deze locatie, konden we heel snel handelen.” Al in mei 2021 werd het uitvoeringsbesluit genomen en konden de uitvoerende partijen aan de slag. Essentieel hierin was dat de gemeente een ruim bedrag beschikbaar stelde voor de uitvoering. Dit bedrag werd bovendien aangevuld met de subsidie vanuit het Rijk. “Dit betekent niet dat we geen obstakels tegenkwamen, maar wel dat we deze makkelijker konden incasseren”, aldus de beleidsambtenaar. Er bleken bijvoorbeeld veel meer bomen gekapt en opnieuw geplant te moeten worden dan verwacht. “Maar uiteindelijk hebben we de planning gehaald!”

 

In april 2022 werd de locatie met de zes gasloze huurwoonwoonwagens opgeleverd. Het is een van de eerste locaties in Nederland waar de warmtevoorziening van de wagens wordt geregeld door middel van een warmtepomp en PV-panelen. Uiteindelijke zullen de wagens worden overgedragen aan woningcorporatie MooiLand. Essentieel voor de snelheid van de ontwikkeling van deze locatie was volgens de beleidsambtenaar ook de goede communicatie met omwonenden en de omgeving. Zeker bij inbreiding op een bestaande locatie moet je rekening houden met de hoge betrokkenheid van bestaande bewoners. “Iedereen heeft en deelt zijn of haar mening, juist ook tijdens de aanleg. Dat vraagt organisatorisch extra aandacht.”

 

Beek – Woonwagenlocatie Bosserveldlaan

In de gemeente Beek hebben woonwagenbewoners aan de Bosserveldlaan al jaren last van achterstallig onderhoud en onveilige voorzieningen. In samenspraak met de bewoners besloot de gemeente dat het noodzakelijk is de gehele locatie te vernieuwen. Hierbij worden direct twee nieuwe standplaatsen toegevoegd. De locatie bestaat nu uit vier legale koopstandplaatsen. Bij de herstructurering van de locatie worden direct twee nieuwe huurstandplaatsen toegevoegd. In totaal zal de locatie gaan bestaan uit zes huurstandplaatsen. Begin oktober ging de herstructurering van start. De projectorganisatie van deze herstructurering is in handen van beheerorganisatie PIM-zuid.

 

In verschillende gemeenten worden nieuwe standplaatsen voor woonwagenbewoners dus gerealiseerd door bestaande locaties uit te breiden of door oude (afgebouwde) locaties opnieuw in te richten. Andere gemeenten waar extra standplaatsen op deze manier worden toegevoegd zijn bijvoorbeeld Hoogeveen, Midden-Drenthe, Molenlanden en Oss.