Senaat botst met Ollongren om huurbeleid

Eerste Kamer neemt zeldzame motie van afkeuring aan

Voor het eerst in 145 jaar stemt Eerste Kamer voor motie van afkeuring.
Voor het eerst sinds 1875 heeft de Eerste Kamer het beleid van een minister expliciet afgekeurd. De twijfelachtige eer gaat naar minister Kajsa Ollongren.

(bron: LC 24-06)

Het was de derde motie die minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren in korte tijd om haar oren kreeg over de huren. De Eerste Kamer eist dat de minister de huren vanwege de coronacrisis dit jaar bevriest. Ollongren weigert een huurstop. Zij ziet veel meer in maatwerk voor individuele huurders die door de lockdown in financiële problemen zijn geraakt.
Omdat Ollongren volhardt in haar weigering, diende de SP een motie van afkeuring in.

Dat leidde gistermiddag voor vuurwerk in de normaliter zo bedaagde senaat. Voorafgaand aan de stemming deed de VVD een uiterste poging om op de voorstanders in te praten. Een motie van afkeuring is een buitengewoon zwaar middel en staatsrechtelijk kwestieus, betoogde VVD-senator Eric van der Burg.,,Wij zitten hier als Eerste Kamer om buiten de hectiek van de dag wetten te  beoordelen, geen ministers.” Een week eerder hadden de liberalen al een hoofdelijke stemming aangevraagd, waardoor alle senatoren openlijk hom of kuit
moesten geven. De coalitie hoopte dat enkele van de PvdA of GroenLinkssenatoren zouden tegenstemmen.
Van der Burgs pleidooi mocht niet baten, evenmin als een belronde van Ollongrens politieke assistent afgelopen week om ‘de positie van de bewindsvrouw te verduidelijken’. Zowel GroenLinks, Forum voor Democratie, PvdA, Partij voor de Dieren, PVV, 50Plus, OSF als SP stemde voor. Met 39 van de 75 zetels was dat voldoende. De coalitiepartijen (VVD, CDA, D66 en CU) stemden tegen, samen met
SGP en de fractie-Otten. Sinds de Provinciale Statenverkiezingen van vorig jaar mist heeft het kabinet geen meerderheid meer in de Eerste Kamer.

De aangenomen afkeuringsmotie valt zonder overdrijving uniek te noemen. De laatste keer dat dit gebeurde, was bijna anderhalve eeuw geleden. In 1875 traden de ministers van Binnenlandse Zaken en Financiën af na een motie van afkeuring in de Eerste Kamer. De reden was destijds een spoorwegverbinding naar Rotterdam. Koning Willem III weigerde hun ontslag toen overigens. Volgens hoogleraar staatsrecht Wim Voermans gaat de senaat zijn boekje technisch niet te buiten. ,,Hoewel het zelden voorkomt, mag de Eerste Kamer dit
doen. Er bestaat een zelfstandige vertrouwensrelatie met elke minister.” Of het verstandig is, is vraag twee. Voermans wijst op het beperktere democratische mandaat van de Eerste Kamer. ,,De aangenomen motie brengt de indirect gekozen Eerste Kamer in conflict met de Tweede Kamer, die rechtstreeks door alle Nederlanders is gekozen.” De Tweede Kamer keurt het beleid van Ollongren bovendien goed.

Voermans geeft de voorstanders van de motie echter het voordeel van de twijfel. ,,SP’er Tiny Kox is een zeer ervaren parlementariër. Hij heeft Ollongren de afgelopen tijd meermaals alle mogelijkheden geboden om de Eerste Kamer tegemoet te komen. Ollongren wilde echter niet luisteren en gaat over tot powerplay.” De Eerste Kamer heeft het kabinet tot maandag gegeven om te reageren.

Als Ollongren haar positie niet wijzigt, en daar lijkt het voorlopig op, zijn er twee mogelijkheden. De senaat kan met een motie van wantrouwen komen, waarna de minister moet aftreden. Daar lijkt echter weinig draagvlak voor. ,,Andere optie is dat de Eerste Kamer later dit jaar de begroting van Ollongrens departement afkeurt”, stelt Voermans. ,,In die zin moet Ollongren goed nadenken wat ze doet.”
Minister Ollongren houdt de kaarten voor de borst. ,,Ik neem deze motie nu mee naar het kabinet”, reageerde ze kort na de stemming.