Seniorenblokkade?

Senioren blokkeren de doorstroming op de woningmarkt. Dat lees je overal, dus zal het wel zo zijn. Toch? De feitelijke cijfers geven een ander beeld.

We denken vaak dat ouderen, met name de 75-plussers, tegenwoordig tot hun overlijden blijven wonen in het huis waar de kinderen zijn opgegroeid en de voorzieningen dichtbij zijn. Verhuizen naar een seniorenappartement of een verzorgingshuis is er niet meer bij, ook omdat ouderen door de overheid worden gestimuleerd langer thuis te wonen.

Intussen hunkeren doorstromers naar de vrijstaande huizen – ruim 17 procent in Friesland is in het bezit van 75-plussers – die nooit op de markt zouden komen.

Er waren op 1 januari van dit jaar 195.729 koopwoningen in Friesland, blijkt uit cijfers van het Kadaster. Babyboomers zijn veel makkelijker aan een huis gekomen dan de tegenwoordige generaties en zij maakten daar ook gretig gebruik van. Meer dan de helft (110.285) van de woningen staat op naam van 55-plussers, die ook ruim de helft van alle vrijstaande huizen bezitten.

Er is veel vraag naar vrijstaande huizen en twee-onder-een-kapwoningen. Maar staan daar wel verkoopborden in de tuin? Vaak wordt gedacht van niet, maar is dat ook zo?

 

DOORSTROOM

Dat valt mee. Sterker: van de vijf onderzochte woningtypes (appartement, tussen- en hoekwoning, twee-onder-een-kap, vrijstaand) kwam een vrijstaand huis vorig jaar het meest op de markt, en pas daarna de vooral door starters gewilde tussenwoningen en op de derde plek vinden we de half-vrijstaande woningen.

Wanneer we inzoomen op wie de huizen verkopen, valt op dat ouderen – met name 75-plussers – veel minder stilzitten dan wordt aangenomen. In Friesland verkoopt deze leeftijdsgroep zelfs vaker dan gemiddeld een huis (4 procent tegenover 3,8 gemiddeld). De doorstroom is bij huizenbezitters tot 45 jaar wel het hoogst, met 5,5 procent.

75-plussers zijn degenen die het vaakst – vorig jaar 584 keer – een vrijstaand huis verkopen. Dat kan niet los worden gezien van het feit dat deze groep een groot deel van deze huizen in het bezit heeft. Het aantal verkopen is onder andere zo hoog omdat ouderen komen te overlijden of door een andere zorgbehoefte. Ze verhuizen vaker dan anderen noodgedwongen. ,,En er zijn in Friesland ruim twee keer zoveel vrijstaande woningen dan tussenwoningen’’, stelt onderzoeker Martin Tillema van het Kadaster.

De meeste beweging op de woningmarkt is zichtbaar bij de 45-minners. Zowel bij de verkoop van appartementen, tussenwoningen, hoekwoningen en twee-onder-een-kapwoningen is het aandeel van deze categorie het grootst. Tussenwoningen zijn vaker in bezit van jonge woningeigenaren. Zij willen graag nog stappen maken en verkopen daardoor sneller.

 

LEVENSLOOPBESTENDIG

Er is weinig dynamiek bij de groep 65-75 jaar. Daar ligt het aantal verkopen relatief stukken lager dan bij andere leeftijdsgroepen. Dat duidt op onderliggende problemen. Er zijn nog altijd honderdduizenden levensloopbestendige woningen nodig, berekende de Vereniging Eigen Huis (VEH) onlangs. Tegen 2040 zal meer dan een kwart van de bevolking bestaan uit 65-plussers, aldus de organisatie. Een derde daarvan is ouder dan 80 jaar. Daarmee vormen ze de snelst groeiende

Volgens VEH-directeur Cindy Kremer moeten overheden, waaronder gemeenten, de tekorten snel omzetten in doelgericht beleid. ,,Velen van hen willen graag verhuizen, maar er zijn onvoldoende geschikte woningen. Daardoor blijven zij in een te groot huis wonen dat steeds meer zorgen en beperkingen oplevert.’’

Ouderen voelen zich goed in hun twee-onder-een-kapwoning of hun vrijstaande huis aan de rand van het dorp, weet ook Coen van den Heuvel, voorzitter van de Stichting Friese Ouderenbonden. Wie verhuist, gaat er vaak op achteruit. Van den Heuvel wijst ook nadrukkelijk naar senioren, die volgens hem moeten leren om oud te worden en al van tevoren moeten weten hoe ze hun leven willen inrichten. ,,Velen zijn onvoldoende voorbereid op ouder worden, ze moeten worden gestimuleerd om een grotere woning te verlaten voor een huis met minder slaapkamers maar wel voldoende ruimte.’’

Ook dat is geen sinecure. Volgens Van den Heuvel zijn veel seniorenappartementen die op de markt komen, amper geschikt voor ouderen. ,,Een woonkamer van 30 vierkante meter is heel normaal, maar probeer daar eens een kleine bank neer te zetten, als je afhankelijk bent van een rolstoel. Of een toilet van een vierkante meter: daar kom je met een rollator niet in.’’
 

ZELFSTANDIG

De meeste ouderen blijven steeds langer zelfstandig wonen. Zij zien lang niet altijd een reden om te verhuizen, zeker niet als ze nog gezond zijn. Toch ligt er een grote maatschappelijke druk op ouderen om dat wel te doen, constateerde promovendus Petra de Jong, die de verhuismobiliteit en woonvoorkeuren van ouderen in Nederland onderzocht.

De Jong toonde aan dat indien ouderen de keuze voorgelegd krijgen, zij met grote meerderheid de voorkeur geven aan hun huidige woonsituatie.

Gaat het om gebrek aan mogelijkheden of willen ze simpelweg niet? ,,Ze zijn vaak gehecht aan hun huis, waar ze al heel lang wonen en omdat er al veel is afgelost, wonen ze ook nog eens relatief goedkoop’’, stelt De Jong. ,,Dan is een stap van zo’n groot huis met lage lasten naar een kleinere woning met hogere lasten niet zo aantrekkelijk. En daarnaast is verhuizen een hele opgave voor ouderen en die stap willen ze het liefst zo lang mogelijk uitstellen.’’

Voor ouderen is het van belang dat een woning aan een aantal randvoorwaarden voldoet: voorzieningen dichtbij en toegankelijkheid. De Jong: ,,Dit weten we al jaren, maar met een standaard seniorenwoning trek je ze niet over de streep om te verhuizen.’’

 

WOONBEHOEFTE

De cijfers laten dus zien dat ouderen niet minder vaak verkopen dan andere leeftijdsklassen. Ze functioneren wat dat betreft niet anders op de woningmarkt dan bijvoorbeeld gezinnen.

Waarom denken we dat dan wel? ,,Ik vermoed dat het sentiment komt doordat deze ouderen relatief vaak een ruime woning bezitten en daar met twee personen of soms ook alleen wonen’’, probeert onderzoeker Tillema een verklaring te vinden. ,,Het ‘probleem’ is waarschijnlijk veel meer dat de verhouding tussen huishoudensgrootte en de grootte van de woning niet goed in balans is. Dat los je niet zomaar op.’’

Tillema: ,,Zolang er geen passend alternatief is, zullen ouderen niet eerder gaan verhuizen. Daar komt bij dat mensen ergens een heel leven hebben opgebouwd en zich er thuis voelen. Als we willen dat ouderen eerder hun grote woning verkopen, dan zal er goed gekeken moeten worden wat hun woonbehoefte is. Denk aan een kleine tuin, in de buurt van leeftijdsgenoten wonen. Dat moet dan financieel ook aantrekkelijk zijn. Pas dan kan er iets veranderen.’’

 

 

 

Kleiner wonen lukt niet, dan maar verbouwen

Kleiner wonen lukt niet, dan maar verbouwen

 

Marian (67) en Lieuwe (69) Dirksma uit Wolvega probeerden de afgelopen jaren uit alle macht een levensloopbestendig huis of appartement te bemachtigen. Ze wonen sinds 1985 in een premiewoning waar hun twee kinderen zijn grootgebracht. Die zijn de deur uit en het gepensioneerde echtpaar – ze waren beiden actief in het onderwijs – bleef achter in een huis met drie slaapkamers.

Maar wat moet je met al die ruimte? Kleiner wonen? Dat is bijna ondoenlijk, want de concurrentiestrijd op de woningmarkt is hevig. Huizen met een slaapkamer op de begane grond zijn al helemaal nauwelijks te krijgen. Of je moet de garage willen verbouwen.

Ze hebben het altijd goed gehad, daarover zijn Marian en Lieuwe eerlijk. Na hun schooltijd kregen ze direct een baan en een huis kopen was ook geen probleem. Dat er nu met een beschuldigende vinger naar ouderen wordt gewezen als een van de oorzaken van het gebrek aan doorstroming op de woningmarkt, steekt wel. ,,Het is niet terecht’’, stelt Marian. ,,Mensen moeten van de overheid langer thuis blijven wonen, maar alternatieven zijn er niet. Er worden hier in Wolvega in de Lindewijk ook vooral eengezinswoningen en vrijstaande huizen gebouwd. Ik mis de huisvesting voor senioren. Je kunt toch niet alleen grote huizen bouwen?’’

Het is een ratrace op de woningmarkt, concludeerden de Dirksma’s vorig jaar. Je zult fors moeten overbieden om iets te kunnen kopen en moet in razend tempo beslissen of je überhaupt tot bezichtiging wilt overgaan. Als een makelaar ’s ochtends een huis op Funda zet, zijn aan het einde van de dag alle plekjes voor bezichtigingen volgeboekt. ,,En dan heb je niet de tijd om je er even in te verdiepen’’, zegt Marian. ,,Het gaat wel om het huis waarin wij oud willen worden.’’

De twee hebben uiteindelijk een handvol huizen daadwerkelijk bezichtigd. Soms een appartement, soms een kleiner woonhuis. Eén woning beviel wel, maar de bezichtiging viel samen met het overlijden van Marians vader. Lieuwe: ,,Dat konden we er toen niet bij hebben.’’

De Dirksma’s ondervonden vooral concurrentie van starters en die stress wilden ze uiteindelijk niet meer. Ze besloten tot de verbouwing van hun eigen huis. Marian en Lieuwe hebben nu een slaap- en badkamer op de begane grond. ,,We willen oud worden op de plek waar we ons thuis voelen’’, zegt Marian.

Ze zijn beiden nog topfit, maar willen voorkomen dat hun kinderen worden opgezadeld met hun fysieke ongemakken, op het moment dat die onverhoeds mochten komen. ,,De ouders van Lieuwe woonden in een eengezinswoning en verhuisden op een gegeven moment naar een seniorenwoning’’, vertelt Marian.

Toen Lieuwes vader overleed bleef zijn moeder alleen achter. Zij voelde zich daar niet meer prettig en vertrok naar een aanleunwoning. Lieuwe: ,,Ze heeft haar laatste week nog in een verzorgingshuis doorgebracht. Het ging van kwaad tot erger en wij willen dat beslist niet. Nu we levensloopbestendig wonen, zijn we voorbereid op de toekomst.’’

 

 

<LC 11.06.22>