Strengere regels voor verenigingen

De eisen aan bestuurders en toezichthouders van stichtingen en verenigingen worden vanaf 1 juli strenger. ,,Goed bestuur zit vooral in menselijk gedrag, maar zonder regels kun je niet”, zegt notaris Kanter Breuker uit Leeuwarden. Hij legt uit wat de gevolgen zijn van de nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR).
 

Wat is de WBTR?

,,Deze wet gaat over goed bestuur van stichtingen en verenigingen. Daarvan zijn er heel veel en de verscheidenheid is groot. Voor de meeste gelden nog de oude, basale regels van zo’n vijftig jaar oud. Met de WBTR worden de regels aangescherpt en aangevuld. Dat is nodig omdat de maatschappelijke sector groot en belangrijk is, er gaat veel in om. Op deelgebieden, zoals de zorg, het onderwijs en bij woningcorporaties, is de regelgeving eerder al aangepast.”

 

Wat gaat er door de wet veranderen?

,,De hoofdregel blijft dat bestuurders en toezichthouders alleen bij een ernstig verwijt persoonlijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden. De nieuwe wet regelt dat zij aansprakelijk kunnen zijn voor een financieel tekort bij faillissement. Dat is het geval als ze hun taak onbehoorlijk hebben uitgevoerd én als aannemelijk is dat dit de oorzaak is van het faillissement. Dat laatste is in de huidige wetgeving nog niet expliciet opgenomen. Het wordt dus wat scherper dan het was. Voor professionele organisaties gaat het verder. Als zij hun boekhouding niet op orde hebben, zijn bestuurders en toezichthouders in principe aansprakelijk. Maar verder dan dit wilde de wetgever niet gaan. Je moet voorkomen dat door te strenge wetgeving niemand meer wil besturen.”

 

Wat mag er straks niet meer?

,,Als bestuurder of toezichthouder dien je het belang van de organisatie. Je zit er niet voor jezelf. Je moet straks de vergaderkamer verlaten als er een beslissing wordt genomen waarmee een persoonlijk belang is gemoeid. Denk aan de voorzitter van een voetbalclub van wie de partner eigenaar is van een bouwbedrijf. Als die onderneming de kantine mogelijk gaat verbouwen, dan mag zo’n voorzitter niet meepraten. Logisch, maar het was nog niet vastgelegd.

Wat soms nog voorkomt en straks niet meer kan, is dat iemand in het bestuur meer stemmen heeft dan een ander en zo de overhand krijgt. In de WBTR is ook de continuïteit van een vereniging of stichting een belangrijk punt. Wat doe je als een bestuurslid langdurig ziek is, of een heel bestuur opstapt? Voor dit soort situaties moet je nu een regeling opnemen in je statuten. Je mag in dat opzicht niet meer voor verrassingen komen te staan. Verder krijgt een rechter meer mogelijkheden om in te grijpen bij een stichting.”

 

Stichtingen en verenigingen hebben vaak nog oude statuten. Wat moeten ze doen?

,,Verenigingen en stichtingen die dat nog niet hebben gedaan, doen er goed aan om hun statuten te controleren. Als die niet aan de nieuwe eisen voldoen, dan moeten ze worden aangepast. Voor bestuurders en toezichthouders is door de WBTR duidelijker wat van hen verwacht wordt. Goed bestuur zit in de eerste plaats in menselijk gedrag, maar zonder regels kun je niet. 

 

(LC 26 juni 2021)