Vaker huis voor statushouder

De huisvesting van statushouders is het afgelopen halfjaar op stoom gekomen. Liepen gemeenten in de zomer nog achter op de taakstelling van het kabinet, inmiddels lopen ze voor.

Dat is hard nodig ook, want in asielzoekerscentra wachten nog iets meer dan 16.000 mensen met een verblijfsvergunning op een huis.

Jarenlang boden gemeenten minder huizen voor statushouders dan ze elk half jaar als ‘taakstelling’ krijgen opgelegd door het kabinet. Gevolg is dat deze mensen, die het recht hebben om in Nederland te blijven, duizenden bedden bezet houden in azc’s. Bedden waar nieuwe asielzoekers dringend behoefte aan hebben. De moeizame doorstroming van statushouders is een van de oorzaken van de crisis in de asielopvang.
 

17.000 statushouders kregen een woning

Die nood heeft gemeenten in beweging gezet. Afgelopen half jaar hebben 17.000 statushouders een woning gekregen. Daardoor hebben gemeenten nu bijna tweeduizend mensen méér onder dak dan het kabinet van ze vraagt, terwijl ze in de zomer nog ongeveer hetzelfde aantal achterliepen.
 

Friesland loopt voor op schema

De meeste Friese gemeenten lopen aardig op schema. De achttien gemeenten hebben gezamenlijk een voorsprong: er zijn meer statushouders gehuisvest dan het kabinet eist. Van de vastewalgemeenten lopen Súdwest-Fryslân, Smallingerland, Harlingen en Tytsjerksteradiel in absolute aantallen voorop.

Tytsjerksteradiel heeft een flinke inhaalslag met de huisvesting gemaakt. Driekwart jaar geleden kreeg het nog een tik op de vingers van de provincie en kwam de gemeente onder verscherpt toezicht, omdat de achterstand ten opzichte van de taakstelling 40 statushouders bedroeg. Dat heeft Tytsjerksteradiel inmiddels omgebogen naar een plus van 19.

In vijf Friese gemeenten is er een achterstand. Dat zijn De Fryske Marren (1), Noardeast-Fryslân (12), Weststellingwerf (23), Achtkarspelen (12) en Leeuwarden (59). De laatste drie gemeenten kampen al een tijdje met een achterstand.
 

 

Taakstelling Friesland gaat van 504 naar 790. De lichte voorsprong die de meeste Nederlandse gemeenten nu hebben met het huisvesten van statushouders, is zeker geen luxe.

Het kabinet heeft, vanwege het tekort aan plekken in de asielopvang en de hoge instroom van het afgelopen jaar, de taakstelling voor de huisvesting van statushouders voor 2023 fors verhoogd. In de eerste helft van dat jaar moeten ruim 21.000 statushouders een woning krijgen. Ter vergelijking: voor de tweede helft van 2022 was de opgave 13.500.

De taakstelling voor Friesland neemt toe van 504 naar 790. Het zwaartepunt ligt in Súdwest-Fryslân (109) en Leeuwarden (164). Ameland, Schiermonnikoog, Terschelling en Vlieland hoeven geen statushouders te huisvesten.

Deze taakstelling is overgenomen door Leeuwarden, is de provincie Fryslân met de gemeente overeengekomen in een zogenaamde herverdelingsregeling.

Er wacht de gemeenten dus nog een extra opgave, terwijl ze al worstelen met problemen rond het woningtekort en bevolkingsgroei door arbeidsmigratie en bijvoorbeeld de opvang van Oekraïners.

Ook als de gemeenten de komende maanden al die 21.000 statushouders weten te huisvesten, zijn de problemen in de asielopvang nog niet opgelost. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft nog steeds een groot tekort aan vaste azc’s, 14.000 asielzoekers zijn aangewezen op noodopvang.

Van de 51.000 mensen in de asielopvang zijn er op dit moment 16.000 statushouder. Dat aantal is de laatste maanden iets afgenomen: in oktober waren het er nog 17.500.

 

<LC 06.01.23>