Veel onbekend over Friese woonwagens

Van de helft van de Friese gemeenten is niet bekend of er woonwagenstandplekken zijn op het gemeentelijk grondgebied. Dat blijkt
uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het ministerie deed de afgelopen tijd onderzoek naar woonwagenplaatsen
in Nederland. De aanleiding daarvoor was een rapport uit 2017 van de Nationale Ombudsman, waarin hij aangaf dat het wenselijk is om
een overzicht te hebben van het aantal standplaatsen.

Gegevens
De onderzoekers vroegen zowel de gemeenten als de woningcorporaties om cijfers. Het ministerie wist in Fryslân slechts van tien van de twintig gemeenten gegevens te achterhalen. Dat is een relatief laag aantal, aangezien landelijk van 310 van de 380 gemeenten een betrouwbaar beeld kon worden gemaakt. Dat is 82 procent van de gemeenten.
De tien gemeenten waarvan er wel gegevens zijn, blijken 84 standplaatsen te hebben, verdeeld over achttien locaties. Daarmee is Fryslân
na Flevoland de provincie met de minste geregistreerde standplaatsen.
Daarbij moet dus wel opgemerkt worden dat veel gegevens ontbreken. Van de Friese gemeenten die reageerden zegt een kwart geen beleid te hebben voor woonwagenkampen.
Landelijk zijn er 7723 geregistreerde standplaatsen, waarvan 38 procent in bezit is van gemeenten en 47 procent eigendom is van  woningcorporaties.

De ombudsman stelde vorig jaar verder vast dat de overheid onvoldoende doet om ervoor te zorgen dat de woonwagencultuur behouden
kan blijven en dat er te weinig gedaan wordt om nieuwe standplaatsen te creëren. In Fryslân is onder meer in Smallingerland discussie
over uitbreiding van het aantal plekken. In Drachtstercompagnie namen ‘reizigers’ onlangs een oud kamp in.