Waar willen jongeren wonen?

Vele ingezonden berichten vandaag van lezers van de LC over de uitkomsten van het onderzoek van Partoer waarin Partoer concludeert dat het overgrote deel van starters weg wil uit het dorp.

Hieronder de reactie van Ingrid van de Vegte, namens Fries Sociaal Planbureau & Partoer.

Mooi dat de discussie over wonen in de Vele ingezonden stukken in LC vandaagFriese dorpen wordt gevoerd, ook hier in de LC van 8 juni. ‘Jongeren willen weg uit eigen dorp’ was de ongenuanceerde conclusie op basis van onze onderzoeken. Deze conclusie draagt niet bij aan een zeer belangrijk vraagstuk voor Fryslân. Volgens ons moet het gaan over de spanning tussen de woonwensen van jongeren op de korte termijn en het huizenoverschot op de langere termijn. Het dilemma voor gemeenten, woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars: waar moeten onze jongeren de komende vijftien jaar wonen en wie gaat er bouwen voor leegstand daarna?

Veel jongeren willen in Fryslân blijven wonen, zeker de ‘mbojongeren’, zo bleek uit ons onderzoek ‘Jong!’ van het Fries Sociaal Planbureau. Wel hebben ze vrij traditionele wensen en (te) hoge verwachtingen van hun eerste huis. Het liefst willen ze een flinke betaalbare huur- of koopwoning. Waar mogelijk in de eigen vertrouwde omgeving én in de buurt van voorzieningen. Uit het onderzoek van Partoer naar de woonwensen in acht kleine dorpen blijkt ook dat het belangrijkste verhuismotief de aanwezigheid van voorzieningen in een andere plaats is. Om beter zicht te krijgen op de woonbehoeften van de jongeren is het wenselijk om met hen in gesprek te gaan en alle partijen mee te nemen naar de realiteit.

En die realiteit is dat in de komende tien tot twintig jaar veel woningen in Fryslân vrijkomen door het overlijden van de eigenaar. Woningbouwcorporaties en gemeenten vrezen leegstand en huiseigenaren vrezen een flinke waardedaling. Wie betaalt de leegstand en geeft opdracht tot sloop straks? Op grond van de huidige prognoses is er geen enkele reden om bij te bouwen, dit doe je immers voor ten minste vijftig jaar en liefst langer. Dus: ga met de jongeren in gesprek en bedenk samen oplossingen die haalbaar zijn op de korte termijn en houdbaar voor de langere termijn. Wij dragen graag bij aan deze discussie op basis van goed onderzoek en betrouwbare cijfers.