Warmtewet door Tweede Kamer: wat zijn de gevolgen?

De Tweede Kamer heeft na een lang traject op 6 maart 2018 het wetsvoorstel voor herziening van de Warmtewet aangenomen. De wet gaat nu naar de Eerste Kamer. Het is nog niet duidelijk wanneer de wijzigingen worden ingevoerd.

Warmtelevering weer in huurovereenkomst
Het doel van de Warmtewet is het beschermen van consumenten van warmte tegen de leverancier, bijvoorbeeld stadsverwarming. Door de invoering van de wet in 2014 werden verhuurders met collectieve verwarmingsinstallaties ineens ook leverancier van warmte. Ze werden verplicht met hun huurders een warmteleveringsovereenkomst te sluiten. De wet hield echter geen rekening met het huurrecht en zorgde voor administratieve rompslomp en onduidelijkheid. In de herziene Warmtewet maakt de levering van warmte weer deel uit van de huurovereenkomst. De Warmtewet is niet meer van toepassing op woningcorporaties die ook warmte leveren, zoals bij woningcomplexen met blokverwarming.

Wat zijn de gevolgen voor corporaties?

  • De Warmtewet is niet meer van toepassing op warmteleveranciers die tevens verhuurder zijn. De levering van warmte maakt nu deel uit van de huurovereenkomst. Er zijn geen aparte leveringsovereenkomsten meer nodig.
  • De wet is niet meer van toepassing op VvE’s en evenmin op energie-BV’s die dochterondernemingen zijn van corporaties.
  • De corporatie kan de kosten van de levering van warmte via de servicekosten (buiten de huurprijs) bij huurders in rekening brengen. Verhuurders mogen ook de kosten voor afschrijving en het onderhoud van collectieve warmte-installaties blijven doorberekenen in de servicekosten. Deze kosten vallen onder warmtekosten. Om alle onduidelijkheid hierover weg te nemen heeft minister Ollongren (BZK) toegezegd dit op te nemen in het Besluit Servicekosten. Aedes heeft zich met name voor dit punt sterk ingezet.
  • Het afrekenen van de warmtekosten als servicekosten betekent niet per definitie een tariefbepaling per complex. Corporaties mogen tarieven hanteren die zijn vastgesteld op basis van de gemiddelde kosten van warmtelevering van alle wooncomplexen met complexverwarming. Recente rechtspraak heeft dit duidelijk gemaakt.
  • Als de huurder daarom vraagt, blijft de corporatie wel verplicht om individuele meters aan te brengen. Ook blijft de verhuurder verplicht om de kostenverdeling te baseren op een individuele meter of op een inzichtelijk systeem van kostenverdeling.
  • Corporaties kunnen in het verleden gesloten leveringsovereenkomsten met hun huurders wijzigen.
  • Geschillen tussen huurder en verhuurder over de levering van warmte en de afrekening van de kosten kunnen voortaan worden voorgelegd aan de Huurcommissie. De Geschillencommissie Warmtelevering is voor woningcorporaties niet meer nodig.