WoonFriesland ook schade door prijsafspraken liftfabrikanten

Liftfabrikanten Kone en Otis hebben 37 woningcorporaties een forse schade berokkend door jarenlang onderlinge prijsafspraken te maken. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam bepaald in een zaak die aangespannen was door Stichting De Glazen Lift. De twee liftbedrijven zijn aansprakelijk voor die schade, meldt de vereniging van huurcorporaties Aedes. Het zou gaan om zeker tientallen miljoenen euro’s.

Ook de in Grou gevestigde Stichting WoonFriesland deed mee in de rechtszaak. De corporatie toonde aan dat er bij Kone uit Den Haag contracten zijn afgesloten voor drie woonlocaties inzake het onderhoud van de liften en het doen van aanpassingen. De afspraken werden gemaakt door Corporatieholding Friesland en Woonbedrijf Talma Drachten, die later opgingen in WoonFriesland.

Het gaat in ieder geval om twee wooncomplexen in Drachten. Voor een servicecontract met Otis voor een appartementengebouw aan de Badweg in Leeuwarden vond de rechtbank Rotterdam de schade voor WoonFriesland niet aannemelijk, omdat er ook een vereniging van eigenaars bij betrokken was. Mogelijk is die benadeeld, maar de vve was niet bij de rechtszaak betrokken.

,,Het vonnis is voor ons een absolute mijlpaal, want Kone en Otis hebben jarenlang elke aansprakelijkheid voor schade van de hand gewezen”, aldus een woordvoerder van Stichting De Glazen Lift. ,,Met dit vonnis sluit het net zich rond de twee liftfabrikanten. Zij zullen de corporaties moeten compenseren voor de meerprijzen.”

 

Een miljard boete

Stichting De Glazen Lift is door de woningcorporaties al in 2008 opgericht, kort nadat de Europese Commissie had bepaald dat vijf liftfabrikanten, waaronder Otis en Kone, tussen 1998 en 2004 verboden kartelafspraken hadden gemaakt. Zij kregen van Brussel al een boete van bijna een miljard euro.

Een woordvoerder van WoonFriesland liet gisteren weten niet direct inhoudelijk op de zaak te kunnen reageren. Welk nadeel financieel geleden is door de Friese corporatie, met ruim 20.000 huurwoningen in de provincie, een kwart van het totaal, is dus niet bekend.

(FD26.07.21)